Het wondermiddel: groene zeep
De meest bekende en effectieve "truc" van vroeger is het klassieke zeepsopje. Bladluizen hebben een weke huid; een mengsel van water en zeep zorgt ervoor dat ze uitdrogen of verstikken.
Dit heb je nodig:
- 1 liter handwarm water
- 20 gram vloeibare groene zeep
Meng het geheel goed in een plantenspuit. Besproei de aangetaste planten bij voorkeur 's avonds, wanneer de zon niet meer op de bladeren schijnt. Vergeet vooral de onderkant van de bladeren niet, want daar verschuilen de luizen zich het liefst. Herhaal dit om de paar dagen tot de luizen zijn verdwenen.
Ga voor geur: knoflook en brandnetel
Oma wist ook dat bladluizen een hekel hebben aan sterke geuren. Een beproefde methode is het maken van knoflookwater. Kook twee uitgeperste bollen knoflook in een liter water, laat het afkoelen en zeef het mengsel. Besproei je planten hiermee en de luizen zoeken vaak snel een ander onderkomen.
En heb je een hoekje in de tuin waar brandnetels groeien? Pluk ze – met handschoenen! – en laat ze een nachtje weken in een emmer water. Dit brandnetelwater stinkt behoorlijk, maar het werkt goed tegen de luizen.
Nodig de natuur uit
De allerbeste truc van vroeger was eigenlijk heel simpel: geduld en een goede biodiversiteit. Een gezonde tuin trekt namelijk natuurlijke vijanden van de bladluis aan. Het lieveheersbeestje is de bekendste "luizenvreter": één larve kan wel honderden luizen per dag verorberen. Door bloemen als afrikaantjes of goudsbloemen te planten, lok je deze nuttige insecten naar je tuin.