Natuur

De koning van het voorjaar: 7 verrassende weetjes over de haas

Nu het voorjaar officieel is begonnen en Pasen voor de deur staat, is er één bewoner van het landschap die de hoofdrol opeist: de haas. Met zijn reusachtige oren en goudbruine ogen is hij een vertrouwde verschijning in onze weilanden, maar achter die pluizige buitenkant schuilt een razendsnelle krachtpatser met bijzondere gewoontes.

Natuur
Weetjes
Leuke weetjes
Dieren
Weetjes over de haas

De haas hoort bij het voorjaar zoals de eerste kievitseieren en bloeiende wilgenkatjes. Hoewel hij vaak in één adem wordt genoemd met het konijn, is de haas een heel ander slag dier: forser, sneller en een echte solist die liever boven de grond in een kuiltje rust dan in een hol kruipt. We hebben zeven eigenschappen en weetjes op een rij gezet over dit bijzondere dier.

1. Haas of konijn? Kijk naar de 'lepels'

Het verschil tussen een haas en een konijn is groter dan je denkt. Waar een konijn compact en rond is, is een haas (Lepus europaeus) gebouwd op snelheid en alertheid. De haas is een stuk forser en heeft opvallend lange achterpoten. Maar het duidelijkste kenmerk zijn de oren, in jagerstermen ook wel 'lepels' genoemd. Deze zijn tussen de 9 en 12 centimeter lang en hebben altijd een karakteristiek zwart puntje aan het uiteinde. Ook de ogen verraden hem: een haas heeft prachtige, amberkleurige ogen, terwijl die van een konijn donkerbruin zijn.

2. De rammeltijd: boksen om de liefde

In het vroege voorjaar, zo tussen februari en april, vertonen hazen gedrag dat de 'rammeltijd' wordt genoemd. Het is een spectaculair gezicht: groepen van soms wel twintig hazen rennen over het veld en vliegen elkaar letterlijk in de haren. De mannetjes (rammelaars) boksen met hun voorpoten tegen elkaar om indruk te maken op de vrouwtjes (moeren). Overigens delen de dames zelf ook flinke meppen uit; als een mannetje te opdringerig is, wordt hij onverbiddelijk weggebokst.

3. Een topsnelheid van 65 kilometer per uur

De uitdrukking 'er vandoor gaan als een haas' komt niet uit de lucht vallen. Op een open vlakte kan een haas een topsnelheid halen van wel 65 kilometer per uur. Maar snelheid alleen is niet genoeg om belagers zoals de vos af te schudden. Daarom maakt de haas tijdens zijn vlucht haakse hoeken van 90 graden – het zogenaamde 'haken slaan'. Hierdoor raakt zijn achtervolger de macht over het stuur kwijt, terwijl de haas er in een andere richting vandoor sjeest.

4. Rusten in een leger

In tegenstelling tot konijnen graven hazen geen gangenstelsels onder de grond. Ze leven liever in het open veld. Om te rusten gebruiken ze een 'leger': een ondiep kuiltje in het gras of in de ploegvoren van een akker, vaak op een beschutte plek. Hier ligt de haas overdag roerloos stil, met zijn oren plat op de rug, waardoor hij bijna onzichtbaar is voor roofdieren. Pas in de schemering komt hij in beweging om te gaan grazen.

Razendsnelle haas
Razendsnelle haas. Foto: Adobe Stock

5. Geboren met een jasje aan

Hazenjongen worden heel anders geboren dan konijntjes. Waar jonge konijnen naakt en blind ter wereld komen in een veilig hol, worden haasjes volledig behaard en met de ogen open geboren in het open veld. Ze kunnen vrijwel direct lopen. Om ze te beschermen tegen roofdieren, verdeelt de moeder haar jongen over verschillende plekjes in het veld. Slechts één keer per dag, in de beschutting van de nacht, keert ze terug naar de kleintjes om ze te zogen.

6. Een bijzonder spijsverteringssysteem

Hazen zijn strikte vegetariërs die in de winter vooral van gras leven en in de zomer genieten van kruiden, granen en aardappelen. Om alle voedingsstoffen uit hun vezelrijke dieet te halen, doen ze aan 'coprofagie'. Dit betekent dat ze hun eigen zachte keutels direct weer opeten nadat ze de eerste keer door het darmstelsel zijn gegaan. Zo krijgt het lichaam een tweede kans om belangrijke vitamines, zoals B12, op te nemen. Pas de tweede keer deponeren ze de harde, droge keutels die we in het veld terugvinden.

7. Geen knaagdier, maar een haasachtige

Hoewel veel mensen denken dat de haas een knaagdier is, behoort hij officieel tot de orde van de haasachtigen. Het grootste verschil zit in het gebit: haasachtigen hebben twee kleine 'stifttanden' achter hun grote bovenste snijtanden zitten. Ook de manier van eten is anders; waar een eekhoorn zijn voorpoten gebruikt om voedsel vast te pakken, zal een haas dat nooit doen. Hij gebruikt enkel zijn lippen en tanden om de lekkerste grassen en kruiden af te knabbelen.