Franeker is niet zomaar een van de Friese Elfsteden. Het is een plek met een indrukwekkend cv: al rond het jaar 700 woonden hier mensen en in de middeleeuwen was het zelfs de belangrijkste plek van de regio. Het scheelde maar een haar of Franeker was de hoofdstad van Friesland geworden, maar die eer ging uiteindelijk naar Leeuwarden.
Toch hield de stad haar eigen trots. Franeker was namelijk een echte universiteitsstad; na Leiden de oudste van het land. De geschiedenis is hier nog altijd merkbaar in de smalle straatjes, historische gevels en groene bolwerken: ontdek het zelf met deze vijf uittips.
1. Kijk je ogen uit in het oudste planetarium ter wereld
In een oud pand in het centrum van Franeker vind je het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium. Het is bijna niet voor te stellen, maar de wolkammer Eise Eisinga bouwde tussen 1774 en 1781 eigenhandig een bewegend model van ons zonnestelsel aan zijn woonkamerplafond. Het raderwerk van houten schijven en tienduizend handgesmede spijkers werkt nog altijd feilloos en toont de actuele stand van de planeten. Sinds 2023 staat dit bijzondere staaltje vernuft op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Vergeet ook niet een kijkje te nemen in de voormalige werkplaats, waar je meer leert over het leven van dit Friese genie.
2. Wandelen over de bolwerken langs historische theehuisjes
Voor wie van rust en geschiedenis houdt, is een wandeling over de bolwerken een absolute aanrader. Vroeger lieten professoren en voorname burgers hier siertuinen aanleggen, compleet met charmante zomerkoepels. Van de elf oorspronkelijke theehuisjes staan er nu nog vier te pronken op de oude stadswallen. De wandeling is bovendien heerlijk groen en geeft een prachtig uitzicht over de stadsgracht en de historische bebouwing van de binnenstad.
3. Stadskasteel Museum Martena en de verborgen tuin
Museum Martena is gevestigd in een echte ‘stins’, een Fries stadskasteel uit 1506. Binnen dwaal je door sfeervolle kamers die de verhalen vertellen van de stad en haar vroegere bewoners. Maar loop vooral ook even door naar de achtergelegen Martenatuin. Deze tuin is waarschijnlijk ontworpen door de bekende tuinarchitect Roodbaard en is een oase van rust met slingerende paden en statige bomen. Vooral in het voorjaar is het hier prachtig, wanneer de bodem bedekt wordt door een tapijt van bloeiende stinzenplanten zoals sneeuwklokjes, holwortel en de gele bostulp.
4. Struinen door de boetiekjes en uitrusten op het terras
Franeker heeft een compact en gezellig centrum waar je nog echt speciaalzaken vindt. Geen eenheidsworst, maar kleine boetiekjes, ambachtelijke winkeltjes en leuke tweedehandsadresjes wisselen elkaar af in de karakteristieke straatjes. Heb je de tassen vol? Zoek dan een plekje op een van de terrassen. Of je nu kiest voor een plekje aan de gracht of op het sfeervolle plein bij het stadhuis; het is de ideale plek om even om je heen te kijken en te genieten van een stuk oranjekoek.
5. Waar de bal het hart raakt: het Keatsmuseum
Je kunt Franeker niet bezoeken zonder iets mee te krijgen van de kaatssport. Het Keatsmuseum is het oudste sportmuseum van Nederland en vertelt alles over deze eeuwenoude traditie. Je leert er over de knoertharde leren ballen en de felbegeerde bloemenkransen die winnaars als medailles op hun gevel hangen. Het museum ligt vlak bij het legendarische Sjukelân, het heilige gras waar elk jaar de belangrijkste kaatswedstrijd, de PC, wordt verkaatst.
Let op: het Keatsmuseum is vanaf dinsdag 31 maart te bezoeken.