1. Een zittend gat hef altied wat
De beste stuurlui staan aan wal. Deze uitspraak wordt vaak gebruikt voor iemand die zelf weinig uitvoert, maar wel altijd klaarstaat met commentaar op het werk van een ander.
2. As 't je niet jokt, moej niet krabben
Een heerlijk nuchtere manier om te zeggen: bemoei je met je eigen zaken. Als het je niet jeukt, hoef je immers ook niet te krabben.
3. Aj proemen hebt, hej ok pitten
In het leven komt niets zonder consequenties. Wie de pruimen wil eten, moet de pitten er nu eenmaal bijnemen.
4. Die hef de raap'n gaar
In Drenthe betekent dit niet dat er ruzie is of dat het eten klaar is, maar dat iemand klaar is om in het huwelijksbootje te stappen.
5. Een mooie schöttel met niks der in
Dit gezegde gaat over uiterlijke schijn zonder enige inhoud. Een prachtige schaal is immers maar weinig waard als er vervolgens niets lekkers op ligt.
6. Aj een ekster vortjaagd, kriej een bonte vogel weer
Een waarschuwing om mensen niet te overvragen. Geef iemand geen opdrachten die diens kunnen te boven gaan, want je krijgt er vaak een rommeltje voor terug.
7. As de kikkers kwaakt, kriej regen
Een klassieke weerspreuk uit het buitengebied: zodra de kikkers van zich laten horen, weet je bijna zeker dat er een bui aan komt.
8. 't Kwam mij dwars veur de hals te zitten
Iets niet door de keel kunnen krijgen. Dit wordt zowel letterlijk gebruikt als figuurlijk, wanneer iets je totaal niet zint.