Het mooiste aan deze taart, ook wel torta pasqualina genoemd, zijn de verborgen eieren. Door kuiltjes in de vulling te maken en daar voorzichtig een ei in te breken, stolt het ei tijdens het bakken in de oven. Een feestelijk gezicht en bovendien een leuke manier de show te stelen tijdens de paasbrunch.
Ingrediënten:
- 2 rollen koelvers bladerdeeg
- 6 eieren (5 voor in de taart, 1 voor het bestrijken)
- 150 gram gerookte spekreepjes (vega? Dan kun je de spekjes ook weglaten)
- 2 sjalotjes
- 2 tenen knoflook
- 350 gram verse spinazie
- 250 gram ricotta
- 300 gram geraspte belegen Goudse kaas
Zo maak je deze hartige taart:
- Verwarm de oven voor op 200 graden. Bekleed de bodem en de randen van een springvorm (circa 24 centimeter) met bakpapier.
- Bak de spekreepjes in een koekenpan tot ze gaar en knapperig zijn. Snijd ondertussen de sjalotjes en knoflooktenen fijn, voeg deze toe aan de spekreepjes en fruit kort mee. Scheur de spinazie in kleinere stukken en voeg in etappes toe. Laat de spinazie rustig slinken.
- Doe het spinaziemengsel in een grote kom. Meng de ricotta en de geraspte kaas erdoorheen tot een smeuïge massa.
- Rol de eerste plak bladerdeeg uit over de bodem en de randen van de vorm. Stort de vulling erin en verdeel deze gelijkmatig.
- Maak met een lepel vijf kuiltjes in de vulling (ruim genoeg voor een ei). Breek in elk kuiltje voorzichtig een ei.
- Leg de tweede plak bladerdeeg op de taart. Druk de randen goed aan en snijd het overtollige deeg weg. Maak in het midden een paar kleine sneetjes zodat de stoom weg kan.
- Klop vervolgens het laatste ei los en bestrijk hiermee de taart.
- Bak de taart in zo'n 45 minuten goudbruin. Wanneer de bovenkant een mooie glans heeft en het deeg goed gerezen is, is je "paastaart" klaar.