Ontdek in dit artikel hoe je nu al de basis legt voor een slakkenvrije tuin.
1. Houd een grote voorjaarsschoonmaak
Slakken zijn meesters in verstoppertje spelen. Ze overwinteren als volwassen exemplaar of als eitje onder bladeren, potten en tuinafval.
- Ruim dode bladeren op: hoewel een beetje blad goed is voor de biodiversiteit, zijn dikke lagen rottend materiaal de ideale plekken voor slakken
- Controleer echte "hotspots": til potten, houten planken en decoraties op. Kom je trosjes kleine, glazige witte balletjes tegen? Dat zijn de eitjes. Door deze nu te verwijderen, voorkom je een hoop (slakken!)
2. Maak van je tuin een vogelparadijs
De natuurlijke vijanden van de slak zijn vogels, egels en padden. Maar dan moet je ze wel actief naar je tuin verleiden.
- Let op genoeg nestkastjes en struiken: zorg dat vogels zich thuis voelen in je tuin met genoeg nestkastjes en struiken
- Maak rommelhoekjes voor egels: laat ergens achter in de tuin een stapel takken liggen voor de egel. Een egel kan in één nacht tientallen slakken verorberen
3. Leg barrières aan
Slakken hebben een hekel aan scherpe of uitdrogende texturen. Nu de grond nog relatief kaal is, kun je strategisch "barrières" aanleggen rondom je meest kwetsbare planten.
- Gebruik koffiedik en oude eierschalen: gooi je koffieprut en eierschalen niet weg, maar strooi het rond je planten. Slakken vinden de structuur niet fijn
- Ga voor cacaodoppen: deze vormen een scherpe laag waar slakken liever niet overheen glijden. Bovendien ziet het er verzorgd uit en houdt het de bodem vochtig voor je planten
4. Maak slimme plantkeuzes
Voorkomen is beter dan genezen. Als je deze maand je borders gaat aanvullen, kies dan voor planten waar slakken een bocht omheen maken. Zo houden ze niet van sterke geuren of harige bladeren.
- Kruiden: plant bijvoorbeeld salie, tijm of rozemarijn tussen je groenten
- Bloemen: goudsbloemen (Calendula) en de Oost-Indische kers worden vaak gebruikt om slakken weg te lokken bij de rest, maar planten zoals vrouwenmantel of varens laten ze meestal links liggen
5. Bewerk de bodem
Door nu de bovenste laag van de grond lichtjes te schoffelen, breng je de eitjes die net onder het oppervlak liggen naar boven. Ze drogen uit in de wind of worden opgegeten door vogels.