Huis en tuin

4 hardnekkige tuinmythes waar veel mensen in trappen (en wat je wél moet doen)

In de tuinwereld doen hardnekkige adviezen al jarenlang de ronde. Sommige zijn ooit ontstaan uit gezond boerenverstand, terwijl andere simpelweg harde misverstanden zijn die blijven hangen. Daarom ontkrachten we graag vier veelvoorkomende mythes – en vertellen we wat je wél kunt doen voor een sterke, gezonde en mooie tuin.

Karlijn Noordhof
Tuintips
Werken in de tuin

Mythe 1: 'Ruim in je tuin de gevallen bladeren op'

Veel tuineigenaren ruimen in de herfst graag de tuin zo grondig mogelijk op. Want ja: een dikke laag bladeren op het gazon kan het gras verstikken. Maar de tuin compleet kaal maken is zonde. Blad is namelijk een natuurlijke mulchlaag die de bodem beschermt, uitdroging voorkomt en schimmels en insecten een plek geeft om te overwinteren.

Wat wel werkt: hark het blad van het gazon, maar laat het gerust liggen onder heggen, struiken en in borders. Nog beter: gebruik het als mulch of doe het op de composthoop. De bodem wordt er vaak zichtbaar beter van.

Mythe 2: 'Snoeien kun je het beste in het voorjaar doen'

Het lijkt logisch: in het voorjaar komt alles tot leven, dus dan pak je snoeischaar er graag bij. Toch is dat niet altijd verstandig: sommige bomen en heesters verliezen in die periode juist sap of raken gestrest door de snelle groei.

Wat wel werkt: snoei zomerbloeiers in de winter of het vroege voorjaar, wanneer ze in rust zijn. Voorjaarsbloeiers snoei je juist meteen na de bloei, omdat ze bloemen vormen op knoppen die al in de winter aanwezig zijn. Bomen als esdoorns en berken snoei je het beste in de zomer, wanneer de sapstroom minimaal is.

Mythe 3: 'Kalk strooien moet elk voorjaar'

Veel mensen strooien tuinkalk, in de veronderstelling dat hun grond dat nodig heeft. Maar te veel kalk kan de bodem juist uit balans brengen en voedingsstoffen blokkeren.

Wat wel werkt: test eerst de zuurgraad van de grond voordat je kalk gaat strooien. Een juiste pH draagt bij een gezonde bodem en een actief bodemleven. Is de grond te zuur – voor veel planten is dat een pH-waarde onder de 5,5 of 6 –, dan kan kalk wel helpen. Maar in veel tuinen is kalk niet altijd nodig.

Mythe 4: 'Hoe meer water, hoe beter voor planten'

Overbewatering is een van de meest voorkomende tuinfouten. Planten die te nat worden, krijgen zwakkere wortels, meer gele bladeren en vaak schimmelproblemen. Zonde!

Wat wel werkt: geef liever minder vaak water, maar dan wel in één grote "gietbeurt" zodat het goed tot de wortels doordringt. Mulchen helpt daarnaast om vocht beter vast te houden. En: planten die goed bij de bodem passen hoeven vaak weinig extra water, behalve bij extreme droogte.