1. Moi!
Laten we beginnen bij het begin. Origineel is hij misschien niet meer, maar hij blijft onverslaanbaar. Moi is dé groet voor elk moment van de dag.
2. Goud
Zegt een Groninger dat iets goud is? Dan bedoelt hij dat het goed is. Niet meer, niet minder.
3. Pokkel
Deze hebben we allemaal: de pokkel, oftewel je buik. Er zijn mooie uitdrukkingen mee: ‘de pokkel knapt mie zowat’ als je te veel hebt gegeten, of ‘de pokkel vol aarms en bainen hebben’ als je zwanger bent.
4. Slik
Het klinkt misschien niet zo lekker, maar dat is het wel. Slik is namelijk niets minder dan een zak snoepgoed.
5. Keudeldoemke
Een schattig vogeltje: het winterkoninkje. Keudeldoemke wordt vaak gebruikt als liefdevolle koosnaam, net als tudebekje, wat simpelweg 'schatje' betekent.
6. Tuutn
Hierover zijn de meningen verdeeld. Volgens het woordenboek zijn tuutn kippen, maar volgens veel lezers van Noorderland zijn dit toch echt politieagenten. Welke betekenis spreekt jou meer aan?
7. Stuutsiekoorn boksem
Een boksem is een broek. Plak daar stuutsiekoorn voor en je hebt een specifiek exemplaar te pakken: de ribfluwelen broek, oftewel de corduroy.
8. Kopstubber
Een handig hulpmiddel voor de voorjaarsschoonmaak: een kopstubber is de lokale naam voor een ragebol.
9. Gloepstreek
Een woord dat precies de lading dekt: een gloepstreek is een rotstreek.
10. Kounavvel
Oei, zo wil je liever niet genoemd worden. Een kounavvel is namelijk de Groningse benaming voor een oen!