Cultuur

Moi! De 10 woorden die elke Groninger (en liefhebber) moet kennen

Het Gronings zit vol met termen die in één woord precies zeggen waar het op staat. Het is een taal die niet houdt van al te veel poespas; dat scheelt tijd en het is meteen duidelijk wat je bedoelt. Hier zijn tien van onze favorieten die je in het dagelijks leven goed kunt gebruiken.

Groningen
Groningse woorden
Groninger woorden

1. Moi!

Laten we beginnen bij het begin. Origineel is hij misschien niet meer, maar hij blijft onverslaanbaar. Moi is dé groet voor elk moment van de dag.

2. Goud

Zegt een Groninger dat iets goud is? Dan bedoelt hij dat het goed is. Niet meer, niet minder.

3. Pokkel

Deze hebben we allemaal: de pokkel, oftewel je buik. Er zijn mooie uitdrukkingen mee: ‘de pokkel knapt mie zowat’ als je te veel hebt gegeten, of ‘de pokkel vol aarms en bainen hebben’ als je zwanger bent.

4. Slik

Het klinkt misschien niet zo lekker, maar dat is het wel. Slik is namelijk niets minder dan een zak snoepgoed.

5. Keudeldoemke

Een schattig vogeltje: het winterkoninkje. Keudeldoemke wordt vaak gebruikt als liefdevolle koosnaam, net als tudebekje, wat simpelweg 'schatje' betekent.

6. Tuutn

Hierover zijn de meningen verdeeld. Volgens het woordenboek zijn tuutn kippen, maar volgens veel lezers van Noorderland zijn dit toch echt politieagenten. Welke betekenis spreekt jou meer aan?

7. Stuutsiekoorn boksem

Een boksem is een broek. Plak daar stuutsiekoorn voor en je hebt een specifiek exemplaar te pakken: de ribfluwelen broek, oftewel de corduroy.

8. Kopstubber

Een handig hulpmiddel voor de voorjaarsschoonmaak: een kopstubber is de lokale naam voor een ragebol.

9. Gloepstreek

Een woord dat precies de lading dekt: een gloepstreek is een rotstreek.

10. Kounavvel

Oei, zo wil je liever niet genoemd worden. Een kounavvel is namelijk de Groningse benaming voor een oen!