1. Laat het vlees op kamertemperatuur komen
Haal de kip ongeveer 30 minuten voor het bakken uit de koelkast. Vlees dat direct uit de kou de hete pan in gaat, reageert met een 'schok', waardoor de vezels samentrekken en het vlees taai wordt.
2. Dep de kip droog
Droog het vlees zorgvuldig af met een velletje keukenpapier voordat het de pan in gaat. Een droog oppervlak is essentieel voor een mooie bruining; vocht aan de buitenkant zorgt er namelijk voor dat de kip eerder stooft dan bakt.
3. Gebruik zuren voor structuur
Wil je de malsheid beïnvloeden? Gebruik dan een zuur ingrediënt, zoals een kneepje citroensap of een drupje azijn in je marinade. Het zuur helpt de eiwitten in het vlees subtiel te veranderen, waardoor de structuur malser wordt.
4. Sla het vlees plat
Leg de kip tussen twee vellen plasticfolie en sla het vlees voorzichtig plat met een deegroller of vleeshamer. Door de dikte van het stuk kip overal gelijk te maken, zorg je ervoor dat het vlees overal tegelijk gaar is. Zo voorkom je dat het dikste punt nog rauw is terwijl de rest al uitgedroogd is.
5. Zorg voor een hete pan
Gebruik voor een krokant korstje een pan die echt goed heet is. Verhit olie of een klontje bakboter tot het vet vloeibaar is en begint te bruisen. Schroei de kip op hoog vuur aan beide kanten kort dicht voor de smaak, en draai daarna het vuur lager om het vlees in circa 4 minuten per kant rustig verder te laten garen.
6. Ontdooi volledig
Kip bakken vanuit bevroren toestand is in de praktijk af te raden. De buitenkant wordt vaak taai voordat de kern gaar is, wat het risico op een teleurstellend resultaat vergroot. Ontdooi de kip daarom bij voorkeur langzaam in de koelkast.
7. Laat de kip altijd rusten
Het allerbelangrijkste advies voor mals vlees? Haal de kip uit de pan en laat deze enkele minuten rusten op een bord onder een velletje folie. Door het vlees rust te gunnen, krijgen de vleessappen de kans zich opnieuw over het hele stuk te verdelen. Het verschil in sappigheid is direct merkbaar.