De Waddenzee is een dynamisch landschap van water, wind, slik en zand – en een uniek ecosysteem van wereldformaat. Verspreid tussen de bewoonde Waddeneilanden liggen enkele ongerepte plekken waar de mens al lang geen vaste voet meer aan wal heeft. Naast verschillende zand- en wadplaten zijn Griend, Rottumerplaat en Rottumeroog de drie officiële onbewoonde eilanden van Nederland. In tegenstelling tot de kale zand- en slikplaten in het Wad staan deze eilanden hoog en droog genoeg om vegetatie te dragen. Ze vormen een onmisbare schakel voor trekvogels, zeehonden, bijzondere plantensoorten én verhalen uit vervlogen tijden.
Rottumeroog: een eiland met een verleden
Rottumeroog, het oostelijkste eiland van Nederland, lijkt een zwijgzame strook vol duin en zand. Maar wie dieper graaft, ontdekt een rijk verleden. Eeuwenlang woonden hier mensen – eerst boeren en later voogden die het eiland beschermden tegen de zee. Tot in 1965 was het bewoond, waarna de laatste voogd vertrok. Sindsdien laat men het eiland over aan de elementen.
Toch verdwijnt het niet, zoals ooit werd gevreesd. Rottumeroog beweegt, groeit zelfs verder aan de oostzijde, en dreigt op termijn samen te vloeien met de Zuiderduinen. De natuur floreert: van absintalsem en zeegras tot zeehonden en trekvogels. Zelfs vleermuizen vliegen hier langs tijdens hun tocht. Het eiland is een gesloten natuurgebied, waar vogelwachters jaarlijks inventariseren wat de zee toelaat – en wat zij meeneemt.
Rottumerplaat: natuur zonder mensen
Tussen de zandplaat Simonzand en Rottumeroog ligt Rottumerplaat. Dit eiland is een relatief jonge verschijning; het ontstond pas in de vorige eeuw. Wat begon als een werkeiland voor ambitieuze inpolderingsplannen, is inmiddels uitgegroeid tot een wildernis van helmgras en duinen.
Het eiland is onlosmakelijk verbonden met de zomer van 1971, toen schrijvers Godfried Bomans en Jan Wolkers er een week in volkomen isolatie verbleven. Tegenwoordig krijgen alleen onderzoekers en vogelwachters nog toestemming om hier aan wal te gaan. Zij documenteren hoe het eiland zonder menselijke verstoring verandert in een cruciale rustplaats voor duizenden vogels en zeehonden.
Griend: een vogelparadijs in beweging
Griend ligt ten zuidwesten van Terschelling en lijkt op de kaart niet meer dan een stipje in de grijze Waddenzee. Toch is dit een van de belangrijkste broedgebieden van het Waddengebied: grote sterns, visdiefjes, kokmeeuwen en zelfs de zeldzame noordse stern vinden hier hun plek.
Ooit was Griend een bewoond eiland met een kloosterschool en boerderijen, totdat de Sint-Luciavloed in 1287 het eiland bijna volledig verzwolg. Sindsdien is het eiland aan de wandel; door de stroming verschuift het eiland. Om te voorkomen dat dit vogelparadijs helemaal in de golven verdwijnt, wordt het eiland met menselijke hulp (zoals zandsuppleties) beschermd, al blijft het voor publiek verboden terrein.