Ingrediënten voor 50 kleine koekjes:
- 280 gram bloem
- 225 gram ongezouten roomboter
- 150 gram bruine basterdsuiker
- 20 gram cacaopoeder
- 1 eidooier
- 8 eetlepels pindakaas
- 1 theelepel vanille-extract
Zo maak je brosse chocoladekoekjes met pindakaas:
- Doe de roomboter samen met de bruine basterdsuiker en het vanille-extract in een ruime kom. Mix dit geheel tot je een romig en glad mengsel hebt. Voeg vervolgens de eidooier toe en mix nog even door tot deze volledig is opgenomen.
- Voeg de bloem en het cacaopoeder in één keer toe aan het botermengsel. Kneed het geheel met de hand of een mixer met deeghaken tot je een mooi, egaal en donker koekdeeg hebt gevormd.
- Verdeel het deeg in twee gelijke delen. Leg een stuk keukenfolie op je werkblad en rol het eerste deel deeg uit tot een rechthoekige plak van circa 35 bij 28 centimeter, met een dikte van ongeveer een halve centimeter. Snijd de randjes eventueel bij voor een strak resultaat.
- Smeer de pindakaas gelijkmatig uit over de deegplak, maar laat aan één van de lange zijdes een smalle rand vrij. Dit zorgt ervoor dat de rol straks goed sluit.
- Gebruik de keukenfolie om het deeg voorzichtig maar stevig op te rollen, beginnend bij de kant die volledig is ingesmeerd. Zodra je een mooie rol hebt, vouw je de folie er strak omheen. Rol de rol nog een paar keer over je aanrecht zodat de naad goed sluit en leg deze vervolgens minimaal 1 uur in de koelkast om op te stijven. Herhaal dit proces met het tweede deel van het deeg.
- Verwarm de oven voor op 180 graden en bekleed een bakplaat met bakpapier.
- Haal de deegrollen uit de koelkast en verwijder de folie. Snijd de rollen met een scherp mes in plakjes van circa 1 centimeter dik. Je ziet nu een mooi swirl-patroon verschijnen.
- Verdeel de koekjes over de bakplaat en bak ze in circa 12 tot 14 minuten gaar. Laat ze na het bakken even afkoelen op de plaat zodat ze goed stevig en bros worden.