Ingrediënten voor 4 personen:
- 400 gram kabeljauwfilet (4 gelijke stukken)
- 75 gram extra belegen kaas, geraspt
- 25 gram bloem
- 20 gram roomboter
- 200 milliliter groentebouillon
- 2 eetlepels Groningse mosterd
- ½ eetlepel citroensap
- 1 theelepel gedroogde tijm
- paneermeel
- peper en zout
Zo maak je kabeljauw in een rijke saus van Groningse mosterd en kaas:
- Verwarm de oven voor op 190 graden.
- Smelt de roomboter in een steelpan op laag vuur. Zodra de boter gesmolten is en de grootste bellen verdwijnen, voeg je de bloem toe. Roer dit goed door met een garde en laat het mengsel een paar minuten zachtjes garen, zodat de bloemsmaak verdwijnt. Blijf af en toe roeren om te voorkomen dat het aanbrandt.
- Giet nu de groentebouillon in kleine scheutjes bij het botermengsel. Wacht steeds met het toevoegen van een nieuwe scheut totdat de vorige volledig is opgenomen en je een gladde massa hebt. Door goed te blijven roeren, voorkom je klontjes in de saus.
- Wanneer alle bouillon is opgenomen, roer je de Groningse mosterd, de gedroogde tijm en het citroensap door de saus. Breng het geheel op smaak met een beetje peper en zout. Laat de saus nog enkele minuten zachtjes doorkoken tot deze mooi gebonden is. Maak de saus vooral niet te dun; de vis verliest in de oven namelijk nog wat vocht, waardoor de saus vanzelf de juiste dikte krijgt.
- Spoel de kabeljauwfilets kort af onder de koude kraan en dep ze goed droog met keukenpapier. Leg de vis in een passende, ingevette ovenschaal en bestrooi de filets met een klein beetje versgemalen peper.
- Schenk de warme mosterdsaus gelijkmatig over de vis. Verdeel de geraspte extra belegen kaas erover en strooi er als laatste een dun laagje paneermeel overheen voor dat gewenste krokante korstje.
- Schuif de schaal in de voorverwarmde oven en bak de kabeljauw in circa 20 minuten gaar, totdat de bovenkant goudbruin ziet.
- Serveer de vis direct uit de oven, bijvoorbeeld met wat gebakken aardappels of een frisse salade.