Hoewel de naam 'red velvet' misschien chic klinkt, is de basis eigenlijk heel simpel. Het geheim zit hem in de karnemelk, die ervoor zorgt dat de cakejes die kenmerkende, malse structuur krijgen waar ze om bekendstaan.
Door te kiezen voor kleine taartjes in plaats van één grote taart, heb je direct een mooie portie voor bij de koffie. Het is bovendien een dankbaar recept om mee te variëren; wij voegen aan het einde graag wat granaatappelpitjes toe. Dat geeft net die frisse, natuurlijke beet die zo goed past bij de romige bovenlaag.
Ingrediënten voor 12 taartjes:
Voor de taartjes
- 175 gram zelfrijzend bakmeel
- 150 gram kristalsuiker
- 75 gram ongezouten roomboter (op kamertemperatuur)
- 15 gram cacaopoeder
- 125 milliliter karnemelk
- 2 eieren
- 1 theelepel vanille-extract
- 1 theelepel rode kleurstof (geschikt voor bakken)
- halve theelepel baksoda (zuiveringszout)
Voor de roomkaas-frosting
- 400 gram volvette roomkaas
- 200 gram ongezouten roomboter (op kamertemperatuur)
- 200 gram poedersuiker
- 1 theelepel vanille-extract
- granaatappelpitjes (optioneel, voor de garnering)
Zo maak je kleine red velvet taartjes:
- Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een muffin-bakvorm voor 12 kleine cakejes goed in of gebruik papieren muffinvormpjes.
- Klop de zachte roomboter en de kristalsuiker in een ruime kom tot een glad en romig mengsel.
- Voeg de eieren, het vanille-extract en de rode kleurstof toe aan het botermengsel en klop dit nogmaals goed door. Roer vervolgens het cacaopoeder erdoorheen tot de kleur mooi egaal verdeeld is.
- Voeg nu het zelfrijzend bakmeel, de karnemelk en de baksoda toe. Mix het geheel op een lage stand tot een glad beslag. Verdeel het beslag gelijkmatig over de 12 holtes van de bakvorm.
- Bak de cakejes in circa 20 tot 25 minuten gaar in het midden van de oven. Je kunt controleren of ze klaar zijn door met een satéprikker in het midden te steken; als deze er schoon uitkomt, zijn ze goed. Laat de cakejes na het bakken volledig afkoelen op een rooster voordat je ze gaat decoreren.
- Maak ondertussen de frosting. Klop de zachte roomboter en de poedersuiker tot een luchtig geheel. Voeg de koude roomkaas en het vanille-extract toe en mix dit kort door tot een stevige, gladde crème. Pas op dat je niet te lang mixt, anders kan de frosting te dun worden.
- Snijd de volledig afgekoelde cakejes horizontaal door de helft. Spuit of schep een laagje frosting op de onderste helft en plaats de bovenkant er weer bovenop. Werk de bovenkant van elk cakeje af met een mooie toef frosting en garneer ze voor een feestelijk effect met een paar frisse granaatappelpitjes.