In Friesland wordt het kraambezoek vaak een poppeslok genoemd. Maar waar komt deze liefkozende naam, en deze Friese traditie, eigenlijk vandaan? Voor het ontstaan ervan gaan we even weer terug in de tijd.
Proosten op de baby
De komst van een kleintje wordt vaak gevierd met beschuit met muisjes, een gebruik dat ontstond bij de geboorte van prinses Beatrix in 1938. In de provincie Friesland kon de kraamvisite vroeger rekenen op nog een andere, eeuwenoude traditie. Bij de geboorte stond namelijk ook traditiegetrouw een fles sterke drank op tafel waar men een zogenoemd poppeslokje – poppe is Fries voor baby – van nam.
Een poppeslok was dus de vaste benaming voor het kraambezoek én voor het glaasje drank dat daarbij onherroepelijk op tafel kwam om te proosten op de gezondheid van de pasgeboren kleine.
Kandeel: het geheime recept
De drank die tijdens deze visites werd geschonken, was meestal kandeel. Dit was een warm, romig mengsel op basis van brandewijn, op smaak gebracht met kaneel, kruidnagel en rauwe eieren. Bijzonder is dat dit drankje niet alleen voor de gasten was bedoeld. Volgens de overlevering nam ook de kersverse moeder zelf regelmatig een poppeslokje. Men geloofde namelijk heilig dat deze kruidige brandewijn hielp om na de bevalling snel weer op krachten te komen.
Suiker of krenten?
Bij een goed glas hoort natuurlijk wat lekkers. In Friesland was dat traditiegetrouw een stuk boffert, de bekende Friese tulband (in Groningen ook wel bekend als de poffert). Aan de boffert kon je bovendien direct zien welk vlees je in de kuip had. Was er een meisje (famke) geboren? Dan werd er een suikerboffert geserveerd. Bij de geboorte van een jongetje kwam er een variant met krenten op tafel.
Hoewel de fles sterke drank in de meeste Friese huiskamers inmiddels is vervangen door de bekende muisjes, kom je de boffert hier en daar nog wel tegen bij een geboorte. Zo blijft dit stukje nostalgie, ook zonder de brandewijn, toch een beetje bewaard.