Het verhaal begon in het jaar 1818. Nederland krabbelde op na een periode van Franse overheersing, maar de economie lag in puin en de armoede in de steden was schrijnend. Generaal Johannes van den Bosch trok zich het lot van de vele arme families aan; er was weinig werk, veel honger en gezinnen moesten vaak bedelen om te overleven.
Geïnspireerd door Verlichtingsideeën over de maakbare mens en natuur, bedacht Van den Bosch de Weldadigheidskoloniën. Hij geloofde niet in simpelweg geld geven, maar in 'weldadigheid': mensen kregen niets cadeau, maar wel de kans en de middelen om zelf een nieuw bestaan op te bouwen. Met zijn Maatschappij van Weldadigheid kocht hij enorme lappen woeste grond op afgelegen plekken om daar landbouwkoloniën te stichten.
Het leven in de kolonie
Arme gezinnen mochten vrijwillig naar de koloniën komen om daar hun bestaan op te bouwen. Voor een gezin uit een Amsterdamse sloppenwijk moet de aankomst in Frederiksoord – de allereerste 'proefkolonie' – onwerkelijk zijn geweest. De overgang van een bedompte stad naar de weidse Drentse heide was groot, en kennis van landbouw hadden de kolonisten meestal niet.
In de 'vrije' koloniën kregen deze gezinnen een eigen boerderijtje, een koe en een stuk grond. Dit konden ze door middel van hard werken afbetalen om vervolgens een eigen leven op te bouwen, vrij van armoede.
Het leven bestond uit hard werken en veel regels, maar tegelijkertijd hielp het mensen te ontsnappen aan de bittere armoede van de steden. Het systeem was zijn tijd ver vooruit: in een tijd zonder sociaal vangnetwerk werd er tóch voor mensen gezorgd. Er ontstond gezondheidszorg, ouderenzorg en zelfs leerplicht voor de kinderen. De koloniën vormden hiermee een belangrijke bouwsteen voor de huidige Nederlandse verzorgingsstaat.
Vrij versus onvrij
Niet iedereen kwam vrijwillig naar Drenthe. Naast de vrije koloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord ontstonden de 'onvrije' koloniën, Veenhuizen en Ommerschans. Hierheen werden vooral landlopers, bedelaars en wezen gestuurd voor heropvoeding en gedwongen arbeid. Ook de Belgische koloniën Wortel en Merksplas dienden als opvang en strafinrichting voor deze groepen mensen.
Het landschap van de oorden – vrij of onvrij – werd getekend door kaarsrechte lanen en waterwegen, een structuur die vandaag de dag nog steeds herkenbaar is en die ervoor zorgde dat de Koloniën van Weldadigheid in 2021 werden toegevoegd aan de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Zelf op ontdekkingstocht door de koloniën
Wil je dit verhaal met eigen ogen zien? Je kunt vandaag de dag nog steeds op ontdekkingstocht gaan om te zien wat je herkent van dit grootschalige project. In Frederiksoord brengt Museum de Proefkolonie het verhaal van de eerste vrijwillige kolonisten tot leven, terwijl het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen juist de kant van de onvrije koloniën belicht.
De voormalige Koloniën van Weldadigheid lenen zich uitstekend voor een wandeling of fietstocht. In Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord tref je voormalige koloniehuisjes, rustoorden, landbouwscholen en kerkjes. In Veenhuizen kenmerken de strakke lanen en spreuken zoals 'werk en bid' op de huizen nog altijd de omgeving. Welk oord ga jij bezoeken?