Het geheim van de allerlekkerste aardappeltjes ooit? We bakken ze heel krokant en serveren ze met een verse, grove kruidenpesto.
Ingrediënten (voor 4 personen):
- 1 kilo vastkokende aardappelen (bijvoorbeeld Bildtstar)
- 3 eetlepels olijfolie
- grof zeezout
- 1 flinke bos verse bladpeterselie
- 2 teentjes knoflook
- 1 rode peper
- 50 milliliter extra vierge olijfolie
- sap van een halve citroen
Zo bereid je de lekkerste aardappeltjes:
- Was de aardappelen goed. Halveer ze of snijd ze in gelijkmatige partjes, laat de schil eraan zitten voor extra smaak en vitamines.
- Kook de aardappelpartjes in gezouten water in ongeveer 8 tot 10 minuten beetgaar. Giet ze af en laat ze even uitstomen in de pan zonder deksel. Schud de pan daarna een paar keer flink heen en weer. Door het "opruwen" worden ze straks in de pan of oven extra krokant.
- Verhit de olijfolie in een grote koekenpan – of verdeel de aardappelen op een bakplaat in een voorverwarmde oven op 220 graden – en bak ze tot ze diep goudbruin zijn. Draai ze niet te vaak om; geef ze juist de tijd om een krokante korst te vormen.
- Terwijl de piepers bakken, bereid je de kruidenpesto. Hak de bladpeterselie fijn en pers de knoflookteentjes. Verwijder de zaadjes uit de rode peper en snijd het vruchtvlees fijn. Meng dit in een kommetje met de extra vierge olijfolie en het sap van een halve citroen.
- Haal de aardappeltjes van het vuur – of uit de oven – zodra ze perfect krokant zijn. Meng ze in een grote schaal direct met de verse pesto en een extra snuf zeezout. Door de hitte van de aardappelen komen de aroma's van de verse kruiden en knoflook direct vrij.