Ingrediënten (voor 4 personen):
- 800 gram vastkokende aardappels (of gebruik kant-en-klare aardappelschijfjes)
- 2 rijpe, maar stevige handperen (bijvoorbeeld Conference)
- 200 gram raclettekaas (in plakjes)
- 100 gram pancettablokjes of spekreepjes
- 250 milliliter slagroom of kookroom
- 1 teentje knoflook
- 1 à 2 theelepels gedroogde tijm
- zout en peper naar smaak
- snufje nootmuskaat
Zo maak je deze lekkere ovenschotel:
- Verwarm de oven voor op 200 graden. Vet een ovenschaal in met een beetje boter of olie.
- Schil de aardappels en snijd ze in dunne schijfjes (gebruik eventueel een mandoline). Schil de peren, verwijder het klokhuis en snijd ook deze in dunne plakjes. Pers of snijd het knoflookteentje fijn.
- Bak de spekblokjes of -reepjes in een droge koekenpan goudbruin en krokant. Laat ze even uitlekken op keukenpapier.
- Meng de slagroom in een kommetje met de geperste knoflook, tijm, nootmuskaat, peper en een klein beetje zout (let op: de kaas en het spek zijn ook al zout).
- Leg een laagje aardappelschijfjes in de ovenschaal, gevolgd door enkele plakjes peer en wat spekjes. Herhaal dit tot de ingrediënten op zijn, maar eindig met een laagje aardappel.
- Giet het roommengsel gelijkmatig over de schaal. Verdeel tot slot de plakjes raclettekaas over de bovenkant.
- Schuif de schaal in het midden van de oven. Bak de gratin in 45 tot 50 minuten goudbruin. Wordt de kaas te donker? Dek de schaal dan de laatste 15 minuten af met aluminiumfolie.
- Serveer de ovenschotel eventueel met een frisse salade.