Ingrediënten:
Voor 3 tot 4 personen
- 1 flinke bloemkool
- 2 à 3 eetlepels harissa
- 3 eetlepels olijfolie
- 1 teentje knoflook
- 150 milliliter dikke yoghurt of kwark
- 1 eetlepel mayonaise
- flinke bos verse bieslook
- peper en (zee)zout naar smaak
- drupje citroensap (optioneel)
Zo bereid je de bloemkool:
- Verwarm de oven voor op 220 graden. De oven mag flink heet zijn, want we willen dat de bloemkool gaat roosteren en niet gaan koken. Bekleed een bakplaat met bakpapier.
- Snijd de bloemkool in roosjes – of koop voorgesneden bloemkoolroosjes – en knijp het knoflookteentje fijn.
- Meng in een grote kom de harissa, olijfolie en de geperste knoflook. Houd je niet van pittig? Vervang dan één eetlepel harissa door een eetlepel tomatenpuree en een snufje paprikapoeder.
- Doe de bloemkoolroosjes in de kom bij de marinade. Gebruik je handen of een lepel om alles goed om te scheppen, zodat elk roosje rondom bedekt is met een laagje van de olie. Verspreid de roosjes over de bakplaat; zorg dat ze de ruimte hebben en niet op een hoopje liggen, anders worden ze niet knapperig.
- Schuif de bakplaat in het midden van de oven. Rooster de bloemkool in 20 tot 25 minuten goudbruin en gaar. Schep de roosjes halverwege de tijd even om.
- Terwijl de oven zijn werk doet, meng je de yoghurt en mayonaise in een kommetje. Snijd de verse bieslook fijn en voeg dit toe aan het mengsel. Breng verder op smaak met zout, peper en eventueel wat citroensap.
- Haal de bloemkool uit de oven en strooi er nog een klein beetje extra (zee)zout overheen. Serveer de roosjes direct met de bieslookdip ernaast om in te dippen.
Extra tip:
Strooi voor een lekkere bite de laatste 5 minuten van de baktijd wat geschaafde amandelen of geroosterde pijnboompitten over de bloemkool.