De bloei van de baksteenindustrie had alles te maken met de bodem. Langs de oevers van de meanderende diepen, zoals het Damsterdiep, lag de vette rivierklei voor het oprapen. In Groningen werden al eeuwen bakstenen gebakken, maar vooral in de 19de eeuw was de productie van baksteen een enorme economische motor voor de regio.
Het maken van bakstenen was een ambachtelijk proces waarbij de vakkundigheid van de stoker bepaalde of een fabriek toekomst had. De temperatuur in de ovens luisterde nauw: bovenin de oven bleven de stenen brosser, terwijl de stenen die het dichtst bij het vuur lagen soms licht kromtrokken en een unieke, harde kwaliteit kregen. Deze industrie bood werk aan duizenden gezinnen en in veel families werd het vak van generatie op generatie doorgegeven.
De Amsterdamse School in Groningen
De overvloed aan lokale bakstenen zorgde ervoor dat architecten in Groningen hun creativiteit de vrije loop konden laten. Dit zie je nergens zo goed terug als in de Amsterdamse School. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is Groningen na Amsterdam de plek met de meeste gebouwen in deze expressieve bouwstijl.
In de stad Groningen werd deze stijl een 'nieuwe kunsttaal' voor het volk. Architecten wilden dat schoonheid voor iedereen bereikbaar was, ook voor de arbeiders in de nieuwe volkswijken. Of het nu gaat om een schoolgebouw, een watertoren of zelfs een openbaar toilet; overal werd de baksteen gebruikt als sieraad. In de Oosterparkwijk in Stad zie je dit prachtig terug: dieprode deuren, kleurrijke kozijnen en vooral heel veel ambachtelijk metselwerk. De Groningse variant van de Amsterdamse School is vaak net iets strakker en hoekiger dan die in het westen, maar altijd met die diepe aandacht voor de textuur van de steen.
Tastbaar verleden: Rusthoven
Hoewel de meeste fabrieken in de loop van de 20ste eeuw hun deuren sloten, is de geschiedenis op sommige plekken nog heel dichtbij. Een prachtig voorbeeld is de voormalige steenfabriek Rusthoven in Wirdum, gelegen aan het Damsterdiep. Dit is de enige plek in de provincie waar de ringoven – waarin de stenen werden gebakken – bewaard is gebleven.
Nadat de fabriek in 1965 sloot, trad het verval in, maar sinds 2019 is het terrein in beheer bij Het Groninger Landschap. De ruïne is nu een plek waar industrieel erfgoed en natuur samenkomen. De oude ringoven is namelijk een ideale overwinteringsplek voor verschillende soorten vleermuizen, zoals de watervleermuis en de baardvleermuis. Sinds 2023 is het terrein weer toegankelijk voor publiek. Je kunt er wandelen langs de resten van de fabriek en met eigen ogen zien waar de 'rode trots' van Groningen ooit vandaan kwam.