Rust en ruimte
Herkenning: dat is een van de eerste gewaarwordingen bij bezoekers van Kunstcentrum De Ploeg. Die bezoekers komen uit alle delen van het land, vertelt directeur Merijn de Boer, en ze hebben vaak een connectie met Groningen. ‘Op een kunstwerk van De Ploeg zie je bijvoorbeeld een riviertje, een bruggetje of een dorpsgezicht dat je nog kent. En dan zie je ook: dat is echt Groningen.’
Wat “echt Groningen” inhoudt, is lastig in woorden te vatten, maar Merijn doet een bevlogen poging: ‘Het is hier weids, breed en vlak, je kunt bijna navigeren op de kerktorens. Die torens staan op wierden, pukkeltjes in het landschap waar ook de dorpjes op liggen. Als je gaat wandelen, kun je op heldere dagen in de verte zelfs de Martinitoren zien. De andere kant op ligt de Waddenkust, Unesco Werelderfgoed. Tegelijkertijd staat er ook een wijnboerderij en langs de velden met zonnebloemen waan je je bijna in Frankrijk.’ Samengevat: rust en ruimte, met pittoreske details. Begin 20ste eeuw werden bekende namen als Johan Dijkstra, Jan Wiegers en Alida Pott daardoor aangetrokken.
Schilderen in de buitenlucht
Hoewel Groningen-Stad het culturele hart was voor de Ploeg-kunstenaars, verkenden zij voor hun werk ook het Hogeland. Merijn: ‘Vanuit de stad trokken ze de provincie in. Hun docenten van de Minerva-academie motiveerden hen daartoe: ga naar buiten, ga “en plein air” schilderen, dus in de openlucht. Ze namen hun ezel mee en gingen in het landschap aan het werk.’ Ploeg-lid Jan Altink heeft bijvoorbeeld vele dijkjes langs het Reitdiep geschilderd. Op Ploeg-schilderijen staat ook geregeld het Blauwborgje afgebeeld, een boerderij even buiten de stad, waar nu het Zernike-complex staat. ‘Die boerderij was een uitvalsbasis voor de kunstenaars,’ zegt Merijn. ‘Van de eigenaar kregen ze altijd pannenkoeken en iets te drinken. Ze discussieerden daar met elkaar over technieken en als bedankje kreeg de eigenaar af en toe een schilderij. Zo ging dat vaker, ook toen de oorlog uitbrak ruilden ze wel schilderijen voor voedsel.’
De “Alida”, een tjalk van Ploeg-lid George Martens, ligt nu bij het Kunstcentrum in de tuin. Merijn: ‘100 jaar geleden waren er nog niet zoveel commerciële afvaarten naar de Waddeneilanden. Als de Ploeg-schilders naar Schiermonnikoog of Ameland wilden, moesten ze er zelf naartoe varen. Ook Johan Dijkstra had een eigen boot. Ze waren eveneens op het Paterswoldsemeer te vinden, om het landschap vanaf het water te schilderen.’
Bijzondere bruiklenen
De eerste tentoonstelling afgelopen zomer in het Kunstcentrum, Het uitzicht van De Ploeg, liet de werkwijze van de kunstenaars in de buitenlucht goed zien, vertelt Merijn: ‘Waar zaten ze precies, welke dorpjes hebben ze veel geschilderd? De omgeving boven Stad blijkt in hun werk vaak terug te keren.’ Voor de tentoonstelling deed het museum een oproepje aan particuliere eigenaren van Ploeg-werk en aan nazaten, veelal kleinkinderen van de kunstenaars. Daarnaast bleken overheidsgebouwen een overvloedige bron. ‘In Groningen zijn veel gemeenten samengevoegd. Voormalige gemeentehuizen bleken nog vol te hangen met Ploeg-werken, op de bestuurskamers bijvoorbeeld. Zo hebben we afgelopen zomer mooie werken kunnen tonen, ook uit het provinciehuis.’
De bijeengebrachte olieverfschilderijen en aquarellen leverden verrassingen op: enkele topstukken uit de jaren 20 en 30, aldus Merijn. ‘Sowieso is het bijzonder om eens te kunnen tonen wat er bij mensen in de huiskamers hangt. Zo’n tentoonstelling is een unieke gelegenheid om het aan een breder publiek te laten zien, daarna hangt het weer bij de eigenaar thuis.’
Minder bekend over De Ploeg is dat er ook musici, dichters en architecten zoals Egbert Reitsma en Siebe Jan Bouma bij hoorden. Merijn: ‘In de hele provincie staan nog huizen die ontworpen zijn door bekende Ploegers. Op de Grote Markt in Groningen stonden ooit standbeelden. Ook hebben ze kunst gemaakt in scholen en kerken, zoals glas-in-lood. Af en toe blijkt bij de sloop van een gebouw dat er een kunstwerk van De Ploeg in zit.’
Verder lezen
Het volledige verhaal over het De Ploeg-kunstcentrum lezen? Dit vind je in ons nieuwste winternummer, nu te koop in de winkels en online te bestellen via onze webshop. In deze editie spreken we onder andere met Marianne Timmer, bezoeken we een lichtfestival in Leeuwarden, leren we meer over échte Groningse Knappertjes en tippen we de lekkerste wintergerechten. Dit – en nog veel meer – lees je nu in onze nieuwe editie.