Huis en tuin

Geen thermoshirt, maar een wollen hemd: zo kleedden we ons vroeger tegen de kou

Dikke gewatteerde jassen, hightech thermokleding en een verwarming die we met een druk op de knop bedienen: we weten ons tegenwoordig wel te wapenen tegen de vrieskou. Maar hoe deden de mensen dat vroeger? De redactie van Noorderland zocht het uit.

Weetjes
Leuke weetjes
Kleding vroeger kou
Sneeuwballen gooien in 1919. Foto: Spaarnestad Photo, Nationaal Archief

Vroeger en nu

Wie vandaag de dag de ijzel trotseert, vertrouwt op waterdichte, gewatteerde jassen en warme schoenen. Maar stap je tachtig of honderd jaar terug in de tijd, dan zag het straatbeeld er in de winter heel anders uit. Mensen droegen wollen jassen en leren schoenen of klompen. Dat lijkt misschien koud, maar dat was het niet: men wist precies hoe ze de natuurlijke materialen in hun voordeel moesten gebruiken.

Lagen van wol

In de vroege 20ste eeuw was er één materiaal dat hoofdzakelijk de dienst uitmaakte in de winter: wol. Mensen die zich buiten waagden in de vrieskou, waren bijna altijd gehuld in zware, wollen kleding. Wol heeft namelijk een zeer isolerende werking. De vezels houden stilstaande lucht vast, wat een natuurlijke barrière vormt tegen de kou. Bovendien ademt wol; het voert vocht af terwijl het de lichaamswarmte vasthoudt.

Lagen waren daarbij het sleutelwoord. Denk aan lange onderkleding, zoals wollen onderbroeken met lange pijpen en wollen hemden voor mannen. Vrouwen droegen meerdere rokken over elkaar en hoge kousen. Ook de bovenlagen waren vaak van wol: een dikke trui, een jas en een sjaal. Wie het zich kon veroorloven, droeg een jas met een kraag van bont voor net dat beetje extra luxe en warmte.

Warme voeten

Dikke wollen sokken hielden de voeten warm in leren schoenen, maar misschien waren klompen nog wel warmer. Hout heeft van zichzelf isolerende en ademende eigenschappen en geleidt de kou van de bevroren grond niet direct naar de voet. Voor boeren en arbeiders waren klompen het standaard schoeisel: met een dik paar sokken en een laagje stro of hooi in de klompen bleven die voeten prima warm tijdens het werk.

Warmte in huis

Ook binnenshuis kleedde men zich warm aan. Er was vaak één leefruimte waar de kachel brandde en als er aparte slaapkamers waren, werden deze niet verwarmd. Voor het slapengaan werd een koperen of tinnen bedpan, gevuld met gloeiende kolen uit de kachel, door het bed of de bedstee gehaald. Kinderen kregen vaak een warme baksteen, gewikkeld in een krant of een oude doek, mee onder de – vaak wollen – dekens.