Waarom vogels tellen belangrijk is
De Vogelbescherming organiseert de Nationale Tuinvogeltelling al sinds 2001. Het doel is simpel maar doeltreffend: kijken hoe overwinterende vogels onze tuinen gebruiken. Die informatie is hard nodig, want met sommige soorten – zoals de huismus en de merel – gaat het helaas niet zo goed. Door te tellen draag je direct bij aan de bescherming van de vogels in onze eigen omgeving.
Meedoen is heel eenvoudig en kost je slechts een half uurtje. Je gaat lekker bij het raam zitten met een kop koffie en noteert welke vogels er langskomen. Je bevindingen geef je vervolgens door via de website van de Vogelbescherming. Het is een mooie manier om even echt bewust naar je tuin of balkon te kijken; wie weet zie je wel een soort die je nog niet eerder was opgevallen.
Praktische informatie
De Nationale Tuinvogeltelling vindt dit jaar plaats op vrijdag 30 januari, zaterdag 31 januari en zondag 1 februari. Je mag zelf een moment uitkiezen op een van deze drie dagen. De vroege vogels onder ons hebben een streepje voor: in de ochtenduren zijn de meeste vogels namelijk het actiefst op zoek naar voedsel.
Er zijn een paar handige spelregels om de telling zo eerlijk mogelijk te laten verlopen:
- Alleen de vogels die echt in je tuin of op je balkon landen tellen mee (overvliegers tellen dus niet).
- Zie je een hele groep van dezelfde soort? Geef dan alleen het hoogste aantal door dat je op één moment tegelijk hebt gezien. Zo voorkom je dat je dezelfde koolmees vijf keer telt.
Geen vogelkenner? Geen probleem
Je hoeft geen ervaren vogelaar te zijn om mee te kunnen doen. Op de website van de Nationale Tuinvogeltelling vind je een handig herkenningsoverzicht en zelfs een tellijst die je kunt uitprinten. Zo heb je de meest voorkomende soorten direct op papier staan. Voor wie liever digitaal werkt, is er een web-app beschikbaar waarin je alles direct kunt invoeren.