1. ’k Mout eemkes mien eerappels ofgaiten
Wie dit voor het eerst hoort aan de eettafel, denkt misschien dat de gastheer de keuken in vlucht om het avondeten te redden. Niets is minder waar. Het is een typisch Groningse, ietwat verhullende manier om te zeggen dat je even naar het toilet moet. Letterlijk betekent het "ik moet even mijn aardappels afgieten".
2. Aan de puut trekken
In Groningen hoef je niet bang te zijn voor een fysiek touwtrekken bij de kassa. Als iemand vraagt wie er aan de puut trekt, dan wordt er simpelweg gevraagd wie er gaat afrekenen of betalen. De puut is Gronings voor de (portemonnee)zak of tas.
3. Ain op koare nemen
Word je op de koare (kar) genomen? Pas dan maar op, want dan neemt iemand je flink in de maling. Het is de Groningse variant van iemand voor de gek houden of iemand in de luren leggen.
4. Bist in kerk geboren?
Laat je per ongeluk de achterdeur wagenwijd openstaan terwijl de gure januariwind naar binnen waait? Dan kun je deze vraag verwachten. Omdat kerkdeuren vroeger (en vaak nog steeds) altijd gastvrij openstonden, is dit de Groningse manier om te zeggen: "doe de deur achter je dicht!"
5. Dat kin mie niks verblodekonten
Als een Groninger dit zegt, dan kan het hem of haar werkelijk niets schelen. Ben je onzin aan het uitkramen? Dat kin mie niks verblodekonten!
6. Dat wait mien kont ook
Soms vertel je iets wat zo overduidelijk is, dat een uitgebreide bevestiging niet nodig is. "Dat weet mijn achterwerk ook" betekent simpelweg dat iets voor zich spreekt of een volkomen inkoppertje is.
7. De bainen weer onder ’t lief hebben
Wanneer je herstellende bent van een griepje of een blessure en je voelt je eindelijk weer de oude, dan heb je "de benen weer onder het lijf". Je bent weer gezond, mobiel en klaar om de wereld (of het Groninger land) weer in te trekken.