Een start bij achttien graden vorst
Wie denkt dat het deze winter koud is, moet zich eens terugverplaatsen naar de ochtend van 18 januari 1963. Bij de start in Leeuwarden wees de thermometer maar liefst -18 graden Celsius aan. Er lag al een pak sneeuw van 20 centimeter en het ijs zat vol scheuren en hobbels. Toen de wedstrijdrijders in het donker naar het Van Harinxmakanaal renden, kraakte het ijs gevaarlijk onder de massa mensen. Het was het begin van een dag die later de boeken in zou gaan als 'De Hel van '63'.
De eenzame vlucht van Reinier Paping
Terwijl de tocht vorderde, stak er een snijdende noordoostenwind op. De gevoelstemperatuur daalde tot mensonwaardige waarden. Toch was er één man die zich niet liet kisten: Reinier Paping uit Ommen. In de buurt van Witmarsum zette hij een aanval in die hij de rest van de dag volhield. Hij schaatste kilometers alleen tegen de storm in, deed in Vrouwbuurtstermolen zelfs zijn schaatsen uit om een stuk door de sneeuw te rennen, en kwam uiteindelijk na bijna elf uur zwoegen als eerste aan bij de finish op de Groote Wielen.
Een slagveld op het Friese ijs
Achter Paping voltrok zich een waar drama. Van de 9.294 toerrijders die vol goede moed waren gestart, bereikten er aan het eind van de dag slechts 69 de eindstreep. Dat is nog geen één procent. Slechts 57 van de 568 wedstrijdrijders slaagden erin om binnen de gestelde tijd van twee uur na de winnaar over de streep te komen. De ziekenhuizen langs de route lagen vol met schaatsers die gewond waren geraakt door valpartijen of bevriezingsverschijnselen. Veel rijders werden letterlijk sneeuwblind door de felle wind en het stuivende ijs. Anton Verhoeven, die als een van de favorieten gold, was zo verblind dat hij tegen een woonschuit aan botste en uiteindelijk als een 'wrak' de finish bereikte.
Koninklijk bezoek bij de EHBO-tent
Zelfs voor koninklijk gezelschap was de kou bijna te veel. Koningin Juliana en kroonprinses Beatrix kwamen per helikopter naar de finish, maar moesten de huldiging vanaf de kant bekijken omdat het ijs door de grote menigte dreigde te breken. Later sprak de kroonprinses haar bewondering voor Paping uit: "Oh, mijnheer Paping, ik heb zo’n bewondering voor u!"
Wonen in een zomerhuisje
Het meest nuchtere detail van de hele overwinning kwam pas na de tocht. Paping werd door zijn vrouw Joke opgehaald en keerde terug naar hun onderkomen in de bossen bij Ommen. Vanwege de woningnood woonden ze in een klein zomerhuisje. De held van de dag kwam thuis in een bevroren huis: de waterleiding was dichtgeslagen en zelfs de aardappels in de pan waren vastgevroren aan het fornuis. Het weerhield Paping er niet van om de volgende ochtend gewoon weer de bossen in te gaan voor een loopje om de stramme spieren los te maken.