De hoogste eer: de Nobelprijs
De Nobelprijs wordt jaarlijks toegekend aan mensen die een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd aan de mensheid, op gebieden als natuurkunde, geneeskunde en scheikunde. De traditie gaat terug tot 1901 en is gebaseerd op de nalatenschap van Alfred Nobel. Voor wetenschappers betekent het winnen van de prijs niet alleen wereldwijde erkenning, maar ook een blijvende plek in de geschiedenisboeken, naast grootheden als Albert Einstein en Marie Skłodowska-Curie.
In 2016 was die eer weggelegd voor de Drentse Ben Feringa. Samen met de Fransman Jean-Pierre Sauvage en de Brit James-Fraser Stoddart ontving hij in Stockholm de gouden medaille voor hun baanbrekende werk aan de ontwikkeling van moleculaire machines.
Drentse boerenzoon
Ben Feringa werd in 1951 geboren in het Drentse Barger-Compascuum, in een katholiek boerengezin. Het scheelde weinig of hij was nooit gaan studeren: aanvankelijk was hij van plan de boerderij van zijn ouders over te nemen. Op advies van zijn vader besloot hij toch naar de universiteit te gaan, al bleef hij tijdens zijn studententijd meewerken op het land. Na zijn promotie in Groningen en enkele jaren bij Shell keerde hij in 1988 terug naar de Rijksuniversiteit Groningen, ditmaal als hoogleraar. Ook na het winnen van de Nobelprijs, en ondanks aanbiedingen van prestigieuze universiteiten over de hele wereld, bleef hij Groningen trouw.
Eerbetoon in Groningen
Die trouw aan zijn eigen regio wordt in Groningen zeer gewaardeerd. Als eerbetoon aan zijn werk en zijn langdurige verbondenheid met de universiteit draagt het nieuwe, imposante bèta-gebouw op het Zernikecomplex zijn naam: de Feringa Building. Zo heeft de boerenzoon uit Drenthe niet alleen een gouden medaille in Stockholm ontvangen, maar ook een blijvende plek gekregen in het hart van de stad waar hij al jarenlang zijn baanbrekende werk verricht.