Cultuur

Zou jij dit nog kunnen? Zo was het om vroeger op Friese doorlopers te schaatsen

Voor veel Nederlanders begon het schaatsavontuur niet in een warme hal, maar op een bevroren slootje achter het huis, wankelend op een paar Friese doorlopers. Het was een tijd waarin je geen hightech klapschaatsen nodig had om de horizon te verkennen, maar slechts een paar houten schaatsen en een flinke dosis doorzettingsvermogen.

Historie
Schaatsen
Friesland
Friese doorlopers
IJsbaan in Leeuwarden, 1908. Foto: collectie Tresoar

Van 'nekbreker' naar publieksfavoriet

Voordat de doorloper rond 1875 zijn intrede deed, waagden de Friezen zich op de eeuwenoude ‘Friese schaats’. Een prachtig model met een fiere, rechtopstaande hals, maar niet zonder gevaar. Het ijzer eindigde namelijk halverwege de hak, wat onoplettende rijders bij het remmen genadeloos achterover deed slaan. Het leverde de schaats de weinig vleiende bijnaam ‘nekbreker’ op. Pas toen smeden het ijzer lieten doorlopen tot achter de hak, was de Friese doorloper geboren. Hoewel behoudende schaatsenmakers aanvankelijk nog waarschuwden dat deze nieuwigheid ‘ondoelmatig’ zou zijn, won de doorloper na 1900 definitief ieders hart.

Kopergravure van een dame op Friese schaatsen, 1700-1799
Kopergravure van een dame op Friese schaatsen, de voorlopers van Friese doorlopers, 1700-1799. Foto: collectie Tresoar

Helden op houten plankjes

De Friese doorloper werd zelfs het symbool van de allergrootste triomfen op het ijs. Wist je dat menig Elfstedentocht op deze houten onderbinders is beslecht? Helden als Karst Leemburg (1929) en Abe de Vries (1933) streden zich op hun doorlopers een weg door de vrieskou naar de winst. Sietse de Groot was in 1942 de laatste die de Tocht der Tochten op houten schaatsen wist te winnen. Het was pure topsport op een paar plankjes: geen luxe schoen die steun bood, maar puur vertrouwen op je eigen enkels en de kracht in je benen.

Koude voeten en rode wangen

Echt comfortabel was het schaatsen op Friese doorlopers niet altijd: zo moesten de riempjes vrij strak om te voorkomen dat je 'zwabbervoeten' kreeg. Desondanks waren ze erg praktisch. Eén schaats paste onder verschillende soorten en maten schoenen, en je kon zelf bepalen welk paar schoenen je aantrok – je warmste, je stevigste, of misschien wel je mooiste. Met een paar dikke geitenwollen sokken aan en een krantenpagina voor je borst tegen de snijdende oostenwind, was je onoverwinnelijk.

De leden van de ijsclub Nocht en Wille, 1917
De leden van de ijsclub Nocht en Wille met Friese doorlopers, 1917. Foto: collectie Tresoar

Een levende herinnering

Het schaatsen op Friese doorlopers was een ritueel dat generaties verbond. Zodra de sloten dichtvroren, werden de zolders afgezocht. Daar hingen ze: vaak nog ingevet met uierzalf tegen de roest. Veel Nederlanders hebben nog leren schaatsen op doorlopers, maar tegenwoordig hangen de houten schaatsen vaker aan de muur als decoratie dan dat ze het ijs nog raken. Toch wekken ze nog altijd dat nostalgische gevoel van de koude winters van toen op. Zou jij er nog op kunnen schaatsen?