Lifestylemagazine over Noord-Nederland

Wist jij dit al? 4 verrassende weetjes over het Drents heideschaap

Iedereen herkent ze aan hun kleurrijke vacht en lange staart, maar het Drents heideschaap heeft een paar geheimen die zelfs de grootste natuurliefhebber kunnen verrassen. Hier zijn vier dingen die je waarschijnlijk nog niet wist over dit bijzondere dier.

Weetjes over het Drents heideschaap

1. Een geschiedenis van 6.000 jaar

Het Drents heideschaap is niet zomaar een dier; het is de oudste schapensoort van het vasteland van West-Europa. Ruim 4.000 jaar voor Christus kwamen de eerste voorouders van dit ras al met emigranten naar het Drentse plateau. Daarmee is het schaap, na de hond, het oudst gedomesticeerde huisdier dat we kennen. Het ras is door de eeuwen heen nauwelijks veranderd: ze zijn klein, sterk en hebben die karakteristieke lange staart die tot voorbij de hakken reikt.

2. De motor achter de Drentse akkers

Vroeger hielden boeren deze schapen niet alleen voor de wol of het vlees, maar vooral voor hun mest. De schapen gingen overdag de heide op om de maag te vullen – een schaap kon wel 5 kilogram aankomen op één dag! – en ’s nachts gingen ze de potstal in. De mest die daar achterbleef, was belangrijk. Zonder deze 'mestfabriekjes' was het verbouwen van graan op de schrale zandgronden simpelweg onmogelijk geweest. Je kunt dus wel zeggen dat dit schaap mee heeft geholpen aan de opbouw van het Drentse landschap.

3. Eigenzinnige types met een eigen wil

Drentse heideschapen staan bekend om hun nieuwsgierige en attente karakter. In tegenstelling tot veel moderne rassen, hebben ze een enorme zelfredzaamheid. Dat zie je ook terug in de kudde: de ooien (de vrouwtjes) bepalen namelijk zelf door welke ram ze zich laten dekken. Er loopt in de kudde vaak geen enkele ram met een dekblok onder zijn buik; de natuur mag hier gewoon haar gang gaan. Dit zorgt ervoor dat de sterkste en meest natuurlijke eigenschappen van het ras bewaard blijven.

4. Bijna was het voorbij

Het scheelde maar een haartje of dit bijzondere ras was er niet meer geweest. Met de opkomst van de kunstmest rond 1900 werden de schapen overbodig als mestproducenten. In 1946 werd de allerlaatste traditionele kudde zelfs verkocht aan een slachterij. Gelukkig zagen liefhebbers op tijd in wat voor cultuurschat er verloren dreigde te gaan. In 1949 werd er in Ruinen een nieuwe kudde gesticht met de laatste raszuivere dieren. Alle Drentse heideschapen die je nu ziet grazen, stammen af van die kleine groep dappere overlevers uit Ruinen.

Natuur