Lifestylemagazine over Noord-Nederland

In dit Friese dorp winden de inwoners de kerkklok nog altijd met de hand op: 'Een mooie traditie'

In Pingjum winden achttien gezinnen dagelijks het uurwerk van de kerktoren op. In veel dorpen gebeurt dat inmiddels elektronisch, maar daar willen ze in dit schilderachtige Friese terpdorp niets van weten. Het klokkenluidersgilde van Pingjum houdt de traditie graag in ere: ‘Zelfs onze kleinzoon helpt al mee.’

Pingjum

Tientallen vrijwilligers

Achter de zeedijk beschrijft de horizon een kleine piek: als een luciferhoutje steekt de kerktoren van Pingjum boven het geboomte uit. Maar eenmaal dichterbij boezemt het eeuwenoude, uit robuuste stenen opgetrokken bouwwerk ontzag in. Hoog op de stenen bast geeft de gouden wijzerplaat van de klok half één aan. 

Johan Visser, al meer dan 40 jaar inwoner van het Friese terpdorp Pingjum, opent het ijzeren hek en betreedt het toegangspad met aan weerszijden gras. Linden omzomen het kerkhof van de Victoriuskerk. Johan steekt de sleutel in het hangslot, grijpt de verroeste klink en duwt de dikke houten torendeur open. 

Talloze malen heeft hij dit al gedaan, want hij maakt sinds 2008 deel uit van het Klokkenluidersgilde van Pingjum. Per toerbeurt zorgen zo’n 30 vrijwilligers uit achttien verschillende gezinnen in Pingjum ervoor dat het uurwerk blijft draaien en de klokslagen klinken. Elk etmaal winden zij het torenuurwerk handmatig op. 

Twee steile, hoge ladders brengen hen ernaartoe. ‘Heb je hoogtevrees?’ informeert Johan. Terwijl de ietwat beschroomde beginneling met het zweet in de handen, de voeten behoedzaam plaatsend op de houten sporten, de hoogte in klimt, heeft hij dat tochtje in luttele seconden volbracht. 

Op de eerste verdieping perst een zwak bundeltje daglicht zich door het kleine, langwerpige raam in de dikke muur. Een houten kast met openslaande deuren herbergt een fraai mechanisch uurwerk van ijzer en messing. Het dateert uit 1906 en is gemaakt door B. Eijsbouts in Asten. In de zware balken erboven hebben eerdere vrijwilligers hun namen met datum gekerfd om niet vergeten te worden: Tjeerd Rijpkema; 2001, Waling; 1994 en Anne; 1994. 

Het uitzicht vanuit de kerktoren. Foto: Tjeerd Visser

Uurwerk opwinden

Johan doet voor hoe je het uurwerk opwindt. Er is een grote slinger aan bevestigd waarmee je twee enorme gewichten zo’n 12 meter omhoog draait. ‘Het is simpel, maar je moet wel weten hoe het gaat. We leren het alle nieuwe vrijwilligers voordat ze beginnen.’ 

Desondanks komt het ook dan nog voor dat iemand de verkeerde kant opdraait en niet snapt dat het niet lukt. ‘Beginnersfoutjes,’ lacht Elske Klik. Ze woont op een steenworp afstand van de kerk en behoort met haar man Lolke Folkertsma tot het Klokkenluidersgilde.

Elske toont een rooster met data en namen van klokkenopwinders: ‘De één doet het eens per jaar, de ander drie keer en weer een ander wil liever vier weken achtereen in de zomer. Het is net wat je het liefst wilt. Iedereen mag zelf bepalen op welk tijdstip hij de klok opwindt. Zelf ga ik meestal om een uur of één, na het middageten. Het is een mooi klusje. Bij het raampje in de toren maken kraaien hun nest. Ik heb eens gezien dat er jongen in zaten; heel leuk. ’s Avonds doe ik het liever niet, ik heb een hekel aan donkere torens.’ 

Johan gaat meestal om zeven uur ’s avonds. ‘Dan moet het de volgende avond om zeven uur weer. Ik heb meegemaakt dat ik al in bed lag en het vergeten was. Snel ben ik teruggegaan. De gewichten lagen al bijna op de grond. Nog nét op tijd kon ik het uurwerk opwinden.’ 

‘Er was een tijd dat we precies wisten wie er dienst had,’ grinnikt Lolke. ‘Een dame in het dorp vergat het drie keer. “Dat kost je een appeltaart,” zei ik.’ Want als de klok stil staat, betekent dat dat Lolke, die verantwoordelijk is voor het gelijk lopen en onderhoud van het uurwerk, naar de toren moet om in te grijpen.

Het opwinden van het uurwerk wordt nog altijd met de hand gedaan. Foto: Tjeerd Visser

Klok gelijk zetten

Als lid van de Stichting Monumenten Súdwest Fryslân doet Lolke zo nodig kleine reparaties aan het uurwerk en smeert de bewegende delen. Bovendien zorgt hij ervoor dat klok gelijk loopt. ‘Bij mooi, stabiel weer blijft hij een week goed op tijd draaien. Maar als het wisselvalliger is, met veel regen en wind, moet ik er om de drie dagen heen om het uurwerk te regelen. Het is een oud systeem met een houten slinger, waardoor het bij bepaalde weersomstandigheden niet altijd gelijk loopt. Tja, en dan zijn er nog “opwinders” die het vergeten, waardoor de klok stil komt te staan. Als ze ‘m dan alsnog opwinden, raakt hij ontregeld. Dan lopen de klokslagen niet meer synchroon met de tijd op de wijzerplaat.’ 

Lolke hoort het meteen als iemand verzaakt heeft en de klok snel opwindt in de hoop dat niemand het merkt. ‘Ik ben een slechte slaper, dus dan lig ik, met de wekkerradio naast me, te luisteren. Als hij dan een minuut over het uur slaat, weet ik dat ik erheen moet om hem bij te draaien.’ 

Ook bij winter- en zomertijd verzet hij de klok: ‘Als hij achteruit moet, doe ik dat twee keer, met een stop ertussen. Bij vooruit hoeft dat niet, dan draai ik ‘m gewoon door.’ Vroeger deed hij dat daadwerkelijk om half twee ’s nachts. ‘Dan liep ik in het holst van de nacht over het kerkhof. Verder geen punt voor mij hoor, maar het heeft wel een aparte sfeer. Je hoort bijvoorbeeld een uil of vleermuizen om je heen. Als het stormt is het ook bijzonder. De wind huilt door de galmgaten. Sta je bovenin, dan heb je het gevoel dat de toren beweegt.’ 

Hoewel sommige dorpen de kerkklok ’s nachts afzetten, blijft hij in Pingjum gewoon slaan. ‘Als het stil is, mis ik ‘m meteen,’ zegt Elske.

Het eeuwenoude systeem. Foto: Tjeerd Visser

Eeuwenoude traditie

Veel dorpen hebben vanwege een gebrek aan vrijwilligers hun uurwerk laten ombouwen tot een elektronisch systeem. Pingjum vormt daarop een uitzondering: ‘Tot nu toe weigert iedereen om het te veranderen. We vinden het een mooie traditie,’ verklaart Lolke.

Elske knikt. Ze herinnert zich nog dat de kinderen vroeger dankzij de kerkklok precies wisten hoe laat het was. ‘Als ze om vijf uur thuis moesten zijn, wisten ze aan de hand van de klokslagen dat ze naar huis moesten. Ze hadden nog geen horloge of telefoon. Soms waren ze te laat en zeiden ze “de klok stond stil!” “Smoesjes”, dacht ik, maar soms was het dan écht zo, omdat iemand het vergeten was. We leren nu ook de kleinkinderen dat ze op de klokslagen moeten letten als ze de tijd willen weten. Jurgen, onze kleinzoon van 13, helpt tegenwoordig zelfs mee met opwinden. Hij vindt dat hartstikke mooi.’

De vrijwilligers krijgen een kleine vergoeding van 41 cent per dag voor hun werkzaamheden. ‘Een stijging, want Frank kreeg destijds 24 cent,’ lacht Johan. ‘Alles bij elkaar verzamelen ze als groep zo’n 150 euro. Daar maken we vaak met kerst voor iedereen een pakketje van. Een flesje wijn of zo.’

Feest op straat

Op belangrijke dagen luiden de vrijwilligers ook de rouw- of de feestklok. ‘Als een man is overleden luid je eerst de grote en dan de kleine klok; bij een vrouw doe je het precies andersom. Dat is moeilijk, want het ritme moet goed zijn,’ legt Lolke uit.

Bij feesten worden alleen de grote klokken geluid. Elske kijkt met plezier terug op oudejaarsavond tijdens het millennium: ‘We hebben toen met alle buren een uur lang de klokken geluid. Iedereen hing aan het touw. Sommigen pakten ‘m te licht of te hoog vast en vlogen zo de lucht in. Op straat dronken de mensen champagne. Prachtig was het, we zullen het nooit vergeten.’

Cultuur