1. Snijschuppe
Heeft het ’s nachts gesneeuwd en is de stoep nog helemaal wit? Dan komt de snijschuppe tevoorschijn. Dat is simpelweg de sneeuwschep. Eerst even het pad vrijmaken, voordat de dag echt kan beginnen en iedereen naar buiten moet.
2. Scheuveln
Zodra er ijs in de sloten ligt, gaat het gesprek vanzelf die kant op. Kan het al? Draagt het? En waar liggen die schaatsen eigenlijk? In het Gronings heet schaatsen scheuveln. Eén woord is vaak genoeg om plannen te maken, ook als het ijs het uiteindelijk nét niet houdt.
3. Fladderak
Kom je verkleumd binnen na een wandeling of een middag buiten in de kou, dan klinkt soms de vraag of er nog een fladderak is. Dat is citroenbrandewijn met suiker: zoet, warm en bedoeld om van binnen weer een beetje op temperatuur te komen.
4. Noakend wiefke
Begint het zachtjes te sneeuwen en zie je de eerste vlokken door het licht dwarrelen? Dan hebben Groningers het over een noakend wiefke. Dat is een sneeuwvlok. Vaak het begin van die typische winterstilte, waarin alles net even rustiger lijkt.
5. Diverdoatsie
Avondje binnen, niemand die haast heeft, en ineens is het laat. Er wordt een spelletje gepakt, iemand zet nog wat op tafel en het bezoek blijft langer hangen dan gepland. Dat is diverdoatsie: vermaak. Precies wat de winteravonden zo geschikt maakt om samen door te brengen.
6. Veul haail en zegen
Rond de feestdagen en aan het einde van het jaar wordt elkaar van alles toegewenst. In het Gronings kan dat met veul haail en zegen: veel heil en zegen. Een wens die past op een kaartje, in een berichtje of gewoon bij het afscheid in de deuropening.
7. De pokkel knapt mie zowat!
Heb je te veel gegeten bij het kerstdiner? Grote kans dat je dan zegt: de pokkel knapt mie zowat! Oftewel: ik heb te veel gegeten, mijn buik knapt zowat. Niet zo gek na al die kerstkransjes, gourmethapjes en dat ene extra toetje dat er toch nog bij kon.
- Indebuurt
- Stella Dekker via Marketing Groningen