Een late doorbraak
Reinier Paping was geen man die al jaren ervaring had met lange toertochten. De Dedemsvaarter was wel een verdienstelijk langebaanschaatser en reed meerdere Nederlandse kampioenschappen allround, maar echte grote titels bleven uit. Zijn beste klassering was een vierde plaats in 1955. In datzelfde jaar deed hij ook mee aan het Europees kampioenschap allround in Zweden, waar hij dertigste werd. Hij stond bekend als “het vogeltje”, omdat hij met zijn armen wapperde tijdens het schaatsen.
Pas eind 1962 ging hij langere tochten rijden. Op 28 december reed hij zijn eerste echte lange tocht, de Ronde van Spannenburg. Daar werd hij tweede, achter Jeen van den Berg – toevallig ook een oud-winnaar van de Elfstedentocht. Drie weken later stonden ze samen aan de start van de tocht die alles zou veranderen.
De Elfstedentocht van 1963: kou, sneeuw en uitval na uitval
De Elfstedentocht van 1963 is de editie waar iedereen het nog steeds over heeft. Friesland lag onder een dik pak sneeuw van zo’n twintig centimeter. Bij de start vroor het achttien graden en later op de dag trok er een harde noordoostenwind over het ijs. Het werd zo bar dat veel rijders door sneeuwblindheid moesten stoppen.
Van de 9.852 mensen die aan de tocht begonnen, kwamen er maar 127 aan in Leeuwarden. De wedstrijd zelf was al net zo meedogenloos: van de 568 wedstrijdrijders finishten er slechts 58. Wie die dag de eindstreep haalde, was al een winnaar – maar Paping maakte er een buitencategorie van.
Solo naar de winst
Paping leek weinig last te hebben van de omstandigheden. Al op de helft van de tocht maakte hij zich los uit de kopgroep. Vanaf dat moment reed hij meer dan de helft alleen. In Harlingen hoorde hij dat hij twee minuten voor lag; later was dat drie minuten. In Franeker was zijn voorsprong ongeveer tien minuten.
Dat gaf hem zelfs ruimte voor iets wat bij deze tocht bijna ondenkbaar is: even rust. Hij ging heel kort van het ijs af, met de benen omhoog. Een omstander legde een jas in de sneeuw zodat hij even kon liggen. Een minuut later stond hij weer op en reed door. “Het ging weer lekker,” zei hij later over dat moment. Aan de finish was het verschil vernietigend: na 10 uur en 59 minuten schaatsen kwam hij binnen met 22 minuten voorsprong op nummer twee Jan Uitham. Er stonden honderden mensen te wachten, onder wie koningin Juliana en kroonprinses Beatrix.
De Brinta-legende
En dan dat eten. Na afloop vroeg televisieverslaggever Joop van Zijl wat Paping die ochtend had ontbeten. Het antwoord werd beroemd: “Och, wat lichte kost. Een bord Brinta.” Met de studentenhaver, metworst en chocolade in zijn zak was dat zijn hele brandstof voor de tocht. Het leverde hem niet alleen een plaats in de sportgeschiedenis op, maar ook een reclamecontract: 500 gulden, een aansteker en een föhn. Prijzen voor zijn overwinning waren er ook: twee jaarkaarten voor de ijsbaan in Deventer en een zilveren sigarettendoos.
Reinier Paping overleed in 2021 op 90-jarige leeftijd, maar het verhaal van die ene winterdag blijft staan als een huis. De hel van 1963 werd werd een legende, en Paping maakte hem onsterfelijk – met een rit die nog altijd geldt als een van de grootste prestaties in de schaatshistorie, gereden op slechts een bord Brinta.
- NOS, Wikipedia, Schaatsen.nl