Het Amelander dialect
Het Amelander dialect is een echte eilandtaal: anders dan Fries én anders dan Nederlands, met woorden die vaak al heel oud zijn. Doordat Ameland lang wat meer op zichzelf lag, bleven typische klanken en uitdrukkingen hier beter bewaard. Veel dialectwoorden komen uit het dagelijkse leven op het eiland – van eten tot natuur en van werk tot gezelligheid – en laten horen hoe nauw taal en eilandcultuur met elkaar verbonden zijn.
1. Joekbult
Een joekbult is op Ameland niet een joekel van een heuvel, maar een jeukende bult: een muggenbult dus.
2. Opwarmpje
Wanneer Amelanders een warme maaltijd hebben gegeten en er nog wat overblijft, dan bewaren ze dit vaak als een opwarmpje. Een kliekje eten om later weer op te warmen dus. Wist je trouwens dat je met een opwarmpje stamppot heerlijke bitterballen kunt maken?
3. Bontlieuw
Op Ameland loopt er gelukkig geen bonte leeuw rond. Bontlieuw is namelijk Amelands voor een veel minder gevaarlijk dier, dat je wel vaker tegenkomt in het Waddengebied. Deze steltloper, met zwarte en witte veren, kennen we in het Nederlands ook wel als de scholekster.
4. Iespielken
In de winter kun je nog wel eens iespielken tegenkomen op Ameland. Als het goed koud is, zie je ze misschien hangen aan de typische Amelander huisjes: het zijn namelijk ijspegels.
5. Knibbels
Als je gaat wadlopen, kan het zomaar gebeuren dat je opeens tot je knibbels in de zee staat. Amelanders verwijzen met dit woord naar een deel van het menselijk lichaam: de knieën.
6. Stimpstamp
Stimpstamp klinkt als een dansje dat je na een drankje te veel inzet, maar op Ameland is stimpstamp gewoon andijviestamppot. Een bord vol comfort, waar je lepel lekker in blijft staan en waarvan je maag alvast begint te knorren.
7. Grutte pier
Grutte Pier is natuurlijk de naam van de Friese volksheld, en dat grutte (grote) hoor je er meteen in terug. Op Ameland betekent een grutte pier daarnaast iets heel anders: een leuk persoon.
- Mijn Woordenboek, Amelander Historie
- Adobe Stock