Diepe rust
Wie hier kortgeleden – lopend of fietsend – nog langs de paarse heide pufte, ziet nu een heel andere kant van het nationaal park. De “grote stille heide” heeft het nieuwe seizoen omarmd en verkeert in diepe rust.
Tenminste, zo líj́kt het. Want ook nu voltrekt zich onderhuids alweer van alles en zelfs het “dode” hout lééft. Tussen stronken en hoopjes takken zoeken amfibieën, reptielen en andere dieren tijdelijk beschutting of een geschikte rustplaats voordat de winter echt invalt. Op de waakstand, om te overleven.
Ons kostje is gekocht
Wij hoeven geen reserves te sparen of bijzondere moeite te doen om in leven te blijven als het kwik daalt: ons kostje is al gekocht. Verderop, na nog een paar kilometer doorstappen, pruttelt de erwtensoep al in een flink formaat pan. Winterkost die ons lijf weer zal verwarmen en de accu oplaadt voor de laatste etappe. Precies wat je verwachten mag van een snertwandeling.
De naam, die Natuurmonumenten aan de wandeling meegaf, verwijst naar de grote soepbelofte, op ongeveer driekwart van de rit. ‘Mét roggebrood en spek,’ verlekkert ook Gina Bisschop zich al handenwrijvend. ‘Voor de liefhebbers natuurlijk!’
De boswachter van Natuurmonumenten gidst ons vandaag door een stukje van het (in totaal) 3700 hectare grote heide- en bosareaal. Daarvan wordt bijna de helft beheerd door Natuurmonumenten, de andere helft door Staatsbosbeheer. Gina heeft de route, die een verwachtingsvol inkijkje geeft in dit fascinerende natuurgebied, mede zelf samengesteld en geniet net zo intens als de deelnemers die met haar mee oplopen of, vorsend en mijmerend, in het spoor volgen.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FCS8S7tVYysRLmx1764670191.jpg)
Stilste van het noorden
Tijdens een korte introductie binnen, in het Bezoekerscentrum Dwingelderveld in Ruinen, wijst Gina ons op een immense maquette die is gemaakt van wol van het Drentse heideschaap. ‘Hier kunnen we ons vooraf goed oriënteren: waar staan we, waar gaan we heen?’ Dat klinkt als een existentiële gewetensvraag, maar dit nationaal park is zo groot dat verdwalen geen kunst is. In de stem van de boswachter klinkt oprechte trots door als ze over “haar” werkveld vertelt.
Het Dwingelderveld werd in 2020 uitgeroepen tot “stilste plek” van Nederland; het is hier weids en vredig, je hoort nauwelijks verkeer en het is nog écht donker. Maar ook: het grootste, natte heidegebied van West-Europa, een status om trots op te zijn. Terrein ook om je op te kleden dus, zeker in dit seizoen. Voor wie het juiste schoeisel vergeten is, zijn er gelukkig “leenlaarzen”. Gina ritselt een paar maten en dan kunnen we. ‘Als je na een paar honderd meter al natte voeten hebt, is de lol van het lopen er gauw af, hoor.’
Nieuwe, natte natuur
De snertwandeling start letterlijk bij de achterdeur van het bezoekerscentrum. Vandaar dwarrelen we zo het Kloosterveld in en – voor wie nog twijfels had – wordt de noodzaak van laarzen meteen duidelijk. Dit is een van de waterbuffers in het Dwingelderveld.
‘Vroeger was dit allemaal heide,’ doceert onze gids. ‘Toen werd het ontgonnen voor de landbouw en nu is het weer teruggegeven aan de natuur.’ Een grasachtige vegetatie, verschillende zeggesoorten, mossen en dopheide laten zich hier voorzichtig weer zien en zelfs de zonnedauw is weer terug. Ook vele vogelsoorten komen dit nieuwe stukje natuur bevolken, waarvan de veldnaam verwijst naar een oud klooster. Dat stond in de middeleeuwen in het centrum van het nabijgelegen dorp Ruinen.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FUHR7OVg5atbvJp1764670528.jpg)
Kers op de taart
Hier trapt Gina gewoontegetrouw op de rem. ‘Zeg ‘es even niks,’ sommeert ze de groep op fluistertoon. ‘Luister gewoon.’ Niets dan een koude bries op onze huid. Geen wielen over asfalt, of andere geluiden die het volle leven vullen.
Gina had ons eerder al verteld hoe de Vlaamse avonturier Tom Waes het Dwingelderveld doorkruiste voor zijn televisieprogramma, was gaan zitten om van die zo bewierookte rust te genieten maar na een poosje uitriep “Stil? Ik hoor hier alleen maar mekkerende schapen!”. En dat zíjn er nogal wat, verdeeld over twee locaties. De kudde – alleen al 600 ooien – van Stichting Het Drentse Heideschaap is gestationeerd in Ruinen, de andere kooi bij Dwingeloo is van Natuurmonumenten en telt zo’n 270 schapen.
De Ruiner kooi is een van onze halteplaatsen vandaag en een van de highlights van de snertwandeling. Zeker als er al vroege “kerstlammetjes” zijn. Met een beetje geluk vang je, zeker wat later in december, een glimp op van die eerste borelingen. ‘Kijken in de stal mag,’ zegt Gina, en dat is een klein feestje.
Verder lezen
Het volledige verhaal over de snertwandeling lezen? Deze reportage vind je in onze nieuwe kersteditie, nu te koop in de winkels en online te bestellen via onze webshop. In deze editie bezoeken we onder andere de Kerstboomboerderij in Oldehove, spraken we met het Groningse duo Pé en Rinus en reisden we af naar Harlingen voor een van de mooiste en grootste kerstmarkten van Noord-Nederland. Dit – en nog veel meer – lees je nu in onze nieuwste editie.
- Hoofdfoto: Rene Koster - Natuurmonumenten