Twee lichten zijn veiliger dan één
Halverwege de 19de eeuw was de scheepvaart rond Schiermonnikoog berucht: voor de kust lagen veel zandbanken en geulen die voortdurend verschoven. Schepen die via het Friesche Gat de Waddenzee in wilden, moesten precies weten waar de veilige route lag. In 1853 adviseerden maritieme ingenieurs koning Willem III daarom om niet één, maar twee vuurtorens te bouwen. Die kwamen er in 1853 en 1854: een buitentoren in de duinen – de rode Noordertoren – en een binnentoren dichter bij het dorp; de witte Zuidertoren.
Het idee was even simpel als doeltreffend: met twee vaste lichten op enige afstand van elkaar konden schippers een zogenoemde "lichtenlijn" vormen. Zodra de lichten op één lijn stonden, wisten ze dat ze in de juiste vaargeul zaten en veilig langs de zandbanken konden varen.
Ook herkenbaarheid speelde mee
Er was nog een reden om voor twee torens te kiezen: in die tijd hadden vuurtorens vaak een vast licht. Vanaf zee leek het ene eiland daardoor al snel op het andere. Met twee lichten kon Schiermonnikoog zich onderscheiden van bijvoorbeeld het draailicht op Terschelling en het vaste licht van Borkum. Voor navigatie op een donkere zee was dat geen overbodige luxe, maar noodzaak.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FYXzRqLwbbLdE1g1764593245.jpg)
Waarom er nu nog maar één brandt
De techniek stond niet stil: In 1910 kreeg de rode Noordertoren in de duinen een mechanisch ronddraaiend licht; een draailicht. Daarmee werd het zogenoemde lichtkarakter van Schier uniek en konden schepen het eiland voortaan herkennen aan de hand van één vuurtoren.
De Zuidertoren, de witte toren bij het dorp, was als navigatielicht niet meer nodig en werd gedoofd. De rode toren bleef in functie en is dat nog steeds. Hij is het bekende baken voor de scheepvaart rond het eiland.
Een tweede leven voor de Zuidertoren
Dat de witte toren overbodig werd, betekende niet dat hij van het eiland verdween. Integendeel: de Zuidertoren kreeg door de jaren heen verschillende functies. Zo diende hij in de tweede helft van de 20ste eeuw als watertoren voor de drinkwatervoorziening van het eiland en later ook als antenne- of zendmast. Tegenwoordig staat hij er vooral als monumentaal herkenningspunt en cultureel erfgoed, beheerd door een stichting die zich inzet voor behoud en restauratie.
- Adobe Stock