De eerste voorzichtige Elfstedenkoorts
In Friesland weten ze het al: een paar nachten lichte vorst maken nog geen Elfstedentocht. Toch is het leuk om te merken hoe snel de gedachten weer richting natuurijs gaan. De voorspellingen voor de komende dagen laten in het noorden temperaturen net onder nul zien, met in de nachten lichte vorst en kans op (natte) sneeuw.
Dat het de komende dagen gaat vriezen, zegt op zichzelf nog niets. Een paar graden onder nul is geen ijsvloer van vijftien centimeter dik. Maar wie met een halve blik naar het weer kijkt, begrijpt waarom meteorologen en winterliefhebbers dit jaar nét iets rechter op gaan zitten. Zo lijkt de poolwervel, een enorme ring ijskoude lucht boven de Noordpool, dit seizoen minder stabiel. Als die wervel verstoord raakt, kan er plots een flinke portie kou onze kant op zakken – precies het soort situatie dat eerdere strenge winters in gang zette.
Daarnaast speelt La Niña mee: het koelere oceaanwater in de Stille Oceaan dat weersystemen wereldwijd beïnvloedt. In het verleden gingen La Niña-winters vaker gepaard met kou in Europa. En dan is er nog iets: hogedrukgebieden boven Scandinavië. Dat klinkt misschien abstract, maar het betekent simpelweg dat de wind vaker uit het oosten komt. En oostenwind betekent ijzige lucht uit Rusland.
Waarom voorspellen zo lastig is
Weermodellen kunnen tegenwoordig behoorlijk goed aangeven of een periode kouder of zachter dan gemiddeld zal verlopen. Toch blijft het op de lange termijn vaak gissen. Een kleine verschuiving in de luchtstroming boven de oceaan kan hier het verschil maken tussen wekenlang kwakkelweer of een mooie vorstperiode.
Daar komt bij: zelfs een koude winter is geen garantie voor een Elfstedentocht. De ijsmeester van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden en de 22 rayonhoofden moeten op het hele traject veilig ijs meten. Pas als zij het vertrouwen hebben en het overal dik genoeg is, klinkt er misschien weer een It giet oan! Tot die tijd blijft het vooral bij kaarten kijken, schaatsen slijpen en dromen.
De Tocht der Tochten: meer dan alleen ijs
Misschien verklaart dát ook de hardnekkige Elfstedenkoorts: de tocht is veel meer dan een sportwedstrijd. Sinds 1909 is hij slechts vijftien keer gereden, waarvan de laatste in 1997 was. Generaties groeiden op met televisiebeelden van Reinier Paping in 1963, Evert van Benthem in de jaren tachtig en Henk Angenent in 1997. De Hel van het Noorden, Bartlehiem, de Bonkevaart – het zijn namen die meteen een beeld oproepen.
Voor veel mensen is de Elfstedentocht ook iets van thuis. Verhalen van ouders en grootouders, vergeelde foto’s, een Elfstedenkruisje in de la of juist het verdriet van nét uitgeloot zijn. Zelfs wie nooit zelf heeft meegedaan, voelt iets van dat collectieve geheugen zodra het begint te vriezen.
Hoopvolle speculaties en nuchtere realiteit
Dus: geeft deze winter reden tot hoop? Ja – misschien wel meer dan in sommige andere jaren. De meteorologische signalen zijn interessant, de natuur vertoont opvallende patronen en de eerste vorst staat al in de agenda. Maar een Elfstedentocht blijft een uitzonderlijke samenloop van omstandigheden. Alles moet kloppen, van windrichting tot ijsdikte. En dat is in het huidige klimaat moeilijker dan vroeger. Statistisch gezien is de kans op een Elfstedentocht klein, maar niet nul – en dat is precies genoeg om elk jaar weer een beetje te hopen.
Misschien blijft het dit keer bij een paar schaatsdagen op de ondergelopen weilanden en vaarten dichtbij huis. Misschien komt er een mooie ijsperiode met toertochten elders in het land. En heel misschien, als alles precies goed valt, klinkt er weer ergens in Leeuwarden dat ene zinnetje waar heel Nederland warm van wordt. Tot die tijd is er niets mis mee om alvast zachtjes te dromen – en die schaatsen toch maar van zolder te halen.
- Adobe Stock