Oudewijvenkoek
Een koek zó zacht dat ook oude, tandeloze vrouwen ‘m zouden kunnen eten: daar zou volgens het Gronings bakboek de naam “oudewijvenkoek” vandaan komen. Hoewel oudewijvenkoek inmiddels in heel Nederland verkrijgbaar is, komt de koek oorspronkelijk uit Groningen. Je herkent ‘m niet alleen aan de zachte structuur, maar ook aan de kenmerkende anijssmaak. De koek is nog lekkerder met een beetje roomboter erop, geserveerd bij de thee of koffie. Vroeger stonden ollewieven vooral op tafel rond Sint-Maarten, Sinterklaas en de jaarwisseling.
Ingrediënten:
- 150 gram keukenstroop
- 250 gram spelt- of roggemeel
- 250 gram bloem
- 200 gram bruine basterdsuiker
- 2 theelepels bakpoeder
- 1 theelepel zout
- 1,5 eetlepel koekkruiden
- 2 theelepels gemalen anijs
- 2 eieren
Zo maak je zelf oudewijvenkoek:
- Doe de keukenstroop met 250 ml water in een steelpannetje en verwarm dit. Roer goed door met een garde, tot de stroop is opgelost. Laat een beetje afkoelen.
- Meng in een andere kom het rogge- of speltmeel met de bloem, de bruine basterdsuiker, het bakpoeder, het zout, de koekkruiden en het gemalen anijs. Maak een kuiltje in het midden en voeg de eieren toe. Mix kort met een elektrische mixer.
- Voeg het stroopmengsel in delen toe en blijf mixen tot een glad beslag.
- Doe het beslag in een met bakpapier beklede en/of ingevette cakevorm. Zet dit circa 1 uur in de koelkast.
- Bak de gekoelde oudewijvenkoek in 70 minuten gaar op 175 graden. Laat iets afkoelen en pak dan goed in met plastic- of aluminiumfolie. Wacht eventueel één tot twee dagen met het aansnijden – zo wordt de koek alleen maar lekkerder!
- Gronings Bakboek
- Otto Kalkoven - Gronings Bakboek