Lifestylemagazine over Noord-Nederland

Herken jij ze nog? Met deze zes ouderwetse spelletjes was je vroeger uren zoet

Vroeger had je geen schermen nodig om je een middag te vermaken. Met een stuk touw, een juten zak of een paar knikkers had je al genoeg om de hele buurt op de been te krijgen. Deze zes ouderwetse spelletjes zijn misschien simpel, maar nog altijd leuk om te doen – op een familiedag, buurtfeest of gewoon in de achtertuin.

Ouderwetse spelletjes
Koekhappen in Nieuw-Schoonebeek, 1925-1930. Foto: J.B. Schröer, collectie Drents Archief

1. Koekhappen

Bij koekhappen hang je stukken ontbijtkoek (of ander stevig baksel) aan touwtjes. De deelnemers proberen, zonder handen, een hap te nemen. Je hebt hier geen trucjes voor nodig – alleen concentratie en doorzettingsvermogen. Een spel dat altijd zorgt voor veel gegiechel, omdat iedereen er hetzelfde uitziet: licht voorovergebogen en doelgericht op zoek naar dat ene hapje.

2. Spijkerpoepen

Het klinkt wat vreemd, maar spijkerpoepen is een eenvoudige en hilarische uitdaging: aan je middel hangt een touwtje met een spijker eraan, en die moet je – staand boven een lege fles – in de hals van de fles zien te krijgen. Je mag niet met je handen sturen. Het vraagt om geduld, een rustige houding en een vaste blik. Wie te snel wil, mist gegarandeerd.

Zaklopen in Zeegse, 1935. Foto: P.B. Kramer, collectie Groninger Archieven

3. Zaklopen

Zaklopen is precies wat de naam zegt: je stapt in een grote juten zak en springt zo snel mogelijk richting de finish. Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt om balans, korte sprongen en een beetje lef. Je wint niet door hard te gaan rennen, maar door rustig ritme te houden en je landing onder controle te houden. Ideaal voor buiten, want je valt onvermijdelijk een keer om.

4. Touwtrekken

Touwtrekken draait om kracht, maar minstens zo veel om samenwerking. Twee teams houden een touw vast en proberen elkaar over een streep te trekken. De truc zit ’m in tegelijk leunen en trekken, daar word je als team sterker van. De spanning zit in de kleine bewegingen: soms wint niet het sterkste team, maar het team dat het beste samenwerkt.

Meisjes knikkeren op een schoolplein in Groningen, 1910-1920. Foto: P.B. Kramer, collectie Groninger Archieven

5. Knikkeren

Knikkeren speelde je met niets meer dan een kuiltje in het zand of een stoeptegel en een zak vol glazen knikkers. Je schoot om de beurt, probeerde het kuiltje te raken of de knikker van een ander te tikken – de precieze regels verschilden per plein. Het ging om vaste handen, een beetje geluk én durven inzetten. Won je, dan ging je naar huis met een extra mooie knikker in je zak. Verloor je, dan was het soms flink huilen geblazen om het verlies van je favoriete knikker.

6. Elastieken

Elastieken was vroeger op schoolpleinen een favoriet spel. Een grote lus elastiek wordt om de enkels van twee spelers gespannen, terwijl de derde speler verschillende sprongen uitvoert in vaste patronen. De combinatie van ritme, concentratie en een beetje lenigheid maakt het leuk voor alle leeftijden. Het kan zo eenvoudig of zo moeilijk worden als je zelf wilt.

Deze ouderwetse spelletjes herinneren ons eraan hoe weinig je nodig hebt om plezier te hebben. Geen grote opzet, geen dure spullen – alleen een beetje competitie, wat goede lachbuien en een groep mensen die zin heeft om mee te doen. En dat werkt vandaag nog precies zo goed als vroeger.

Cultuur
  • Adobe Stock