1. Geen kokend water alsjeblieft
Laten we beginnen met de grootste fout: giet nooit heet of kokend water over je autoruiten. De plotselinge temperatuurverschillen kunnen het glas laten barsten – en dat is een dure les. Lauwwarm water kan eventueel, maar dan alleen als het direct wordt weggeveegd met een zachte doek.
2. Een goede krabber is het halve werk
Koop een stevige ijs- en ruitkrabber van hard plastic met een rubberen wisser. Die kosten weinig, maar maken wel een wereld van verschil. Vermijd metalen krabbers: die kunnen juist krassen op je auto(ruiten) veroorzaken. Voor het gemak kun je ook kiezen voor een handschoenkrabber, zodat je vingers warm blijven terwijl je buiten aan het werk bent.
3. Krabben met beleid
Zet de motor even aan en laat de verwarming op de voorruit blazen. Terwijl de ruit langzaam opwarmt, kun je beginnen met krabben van de zijkanten naar het midden toe. Zo voorkom je dat je ijsresten over de hele ruit verspreidt. Maak korte, maar krachtige bewegingen en verwijder ook het ijs van je spiegels en lampen – belangrijk voor je eigen veiligheid en die van anderen.
4. Gebruik preventieve middelen
Wil je het krabwerk ’s ochtends beperken? Dek je ruit de avond ervoor af met een speciale anti-vorstdeken of een oud stuk karton. Ook kun je een speciale antivries-spray gebruiken: die voorkomt dat er zich een dikke ijslaag op de ramen vormt. Voor de ruitenwissers is het handig om ze iets van de ruit te trekken, zodat die niet vastvriezen.
5. Let ook op binnencondens
Vergeet niet: terwijl je buiten krabt, kan de binnenkant van je ruit beslaan. Zet daarom de airco of ontwasemingsstand aan zodra je instapt. Dat klinkt tegenstrijdig bij kou, maar het droogt de lucht en zorgt voor een veel beter zicht.
- Adobe Stock