Spekkendikken
Een hartig pannenkoekje met spek en stroop: dat is de spekkendik. Vooral in het (zuid)oosten van Groningen, maar ook in delen van Drenthe en net over de Duitse grens, is het een geliefde snack. Het beslag bestaat in de basis uit roggemeel, eieren en stroop, en moet een nacht rusten zodat de smaken goed intrekken. De volgende dag lepel je het in een nijjoarsiezer, een wafelijzer.
Omdat spekkendikken een typisch lokaal gerecht zijn, bestaan er talloze familierecepten die allemaal nét even anders zijn. De traditie wil dat ze vooral op oudejaarsavond gegeten worden: in de 19de eeuw waren ze in de Groningse regio Oldambt zelfs hét gastmaal om het jaar mee af te sluiten. En dat had vaak een heel praktische reden: het was een goede bodem voor de vele nieuwjaarsborrels die volgden.
Ingrediënten:
Voor ongeveer 45 spekkendikken
- 400 gram roggemeel
- 200 gram tarwebloem
- mespunt zout
- 1 eetlepel gemalen steranijs
- 100 gram lichtbruine (of gele) basterdsuiker
- 250 gram keukenstroop
- 125 gram gesmolten boter + wat extra om mee in te vetten
- 5 eieren
- 600 milliliter melk
- 2 Groninger droge worsten (in dunne plakjes gesneden)
- 15 plakken katenspek (in stukjes gesneden)
Zo maak je de Groningse spekkendikken:
- Het beslag maak je de avond van tevoren. Meng het roggemeel, de tarwebloem, het zout, het gemalen anijs en de suiker door elkaar. Voeg daarna de natte ingrediënten toe: de keukenstroop, de gesmolten boter, eieren en melk. Roer dit met een garde goed door, tot alle ingrediënten vermengd zijn en er geen klontjes meer in het beslag zitten. Bedek de kom met plasticfolie of een theedoek en zet de kom op een koele plek, maar niet in de koelkast.
- De volgende dag is het tijd om te bakken. Verwarm het ijzer op stand 3 of 4 en vet in met een heel klein beetje boter. Tussen het bakken door moet je het ijzer af en toe even weer opnieuw invetten. Leg twee plakjes worst op het ijzer en lepel er wat beslag op (ongeveer 3/4de van een ijsboltang). Druk er gelijk een stukje spek in. Bak circa 1.5 minuut en haal de spekkendik dan met een spatel of paletmes van het ijzer.
- Gronings Bakboek
- Otto Kalkoven