'Ik leende álles'
Schrijven, dat is wat Anita Terpstra (50) als volwassene altijd heeft gedaan. Maar hóé dat zo is gekomen, is nog best lastig te reconstrueren, zo blijkt in dit interview. ‘Als kind las ik veel,’ zegt Anita. ‘We hadden een bibliobus in het dorp. Ik leende álles, welke boeken dan ook. Zo had ik een fase dat ik boeketreeks-romannetjes las, totdat de vrouw van de bibliobus voorstelde of ik niet eens iets anders zou pakken. Zij vond dat kennelijk niet goed genoeg, maar ik snapte daar niets van. Daarna ben ik volgens mij nooit meer naar die bibliobus geweest.’ Sterker nog: ‘Ik geloof dat ik abrupt ben gestopt met lezen.’ Ze lacht erbij, maar het raadsel hoe de pen Anita ooit heeft gegrepen, wordt er niet kleiner van.
De bibliobus reed door Hallum, het dorp waar Anita en haar broertje opgroeiden. ‘Mijn vader was huisschilder. Mijn moeder deed van alles en nog wat: schoonmaken, oppassen, ze is ook verkoopster geweest.’ De streek rond Hallum zou later een rol spelen in een aantal van Anita’s boeken, maar van een diepe binding met haar geboortegrond was ze destijds nog niet doordrongen. ‘Daar heb ik nooit zo bij stilgestaan, ik woonde daar “gewoon". Maar ik heb het er wel erg naar mijn zin gehad. Hallum heeft genoeg faciliteiten en winkels, op een gegeven moment kwam er ook een tennisbaan. Er was een zwembad, er stonden twee scholen. Het had alles.’
Achter de zeedijk
Trekpleisters rond haar geboortedorp – de Wadden, een stad als Leeuwarden – lagen destijds nog buiten Anita’s leefwereld. ‘Aan de rand van het dorp zie je de zeedijk liggen, mijn moeder is daar vlakbij opgegroeid. Toch kwamen wij daar nooit als kinderen.’ Als ze nu met volwassen ogen terugkijkt op de omgeving van haar jeugd, dan ziet ze eigenlijk nog hetzelfde als toen: ‘Dat het een heel fijn dorp is om in op te groeien. Veilig. Wel denk ik dat de blik wat ruimer is geworden, ook door sociale media natuurlijk. Kinderen weten nu beter wat er elders te koop is. Dat had mijn generatie al: wij hebben bijna allemaal gestudeerd, we hebben onze rijbewijzen gehaald, we gaan de wereld in. Heel anders dan de generatie van mijn ouders.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F09%2FnsNGrvJeBCsfRG1758810470.png)
Huis vol
Dit raakt gelijk aan het thema van haar eerste non-fictieboek: Het huis vol uit 2018. Daarin beschrijft Anita kinderrijke gezinnen, zoals die halverwege de 20ste eeuw nog voorkwamen. Het verhaal diende zich gewoon aan, vertelt ze: ‘Dat begon bij mijn moeder. Haar moeder, mijn beppe, had maar liefst veertien kinderen. Ik was nieuwsgierig naar hoe het was voor mijn moeder om een van die veertien te zijn. Maar ook naar hoe het was voor mijn beppe om zoveel kinderen te hebben. Allemaal geboren na de Tweede Wereldoorlog, in een tijd zonder wasmachine, afwasmachine of stofzuiger. Ik had zelf inmiddels ook twee kinderen, en dat vond ik af en toe al zwaar. Hoe deed mijn beppe dat toch, dacht ik dan. Het is bovendien een tijd en een manier van leven die we niet meer kennen. Dat wilde ik vastleggen.’
Het schrijven van Het huis vol stelde Anita ook in staat om meer te weten te komen over haar familie. ‘Mijn oma van moederskant kwam vaak bij ons, toen ik klein was. Maar ze was een wat afstandelijke vrouw. De vragen die ik aan haar had, durfde ik nooit te stellen. Door dit boek kon ik dat alsnog doen.’
Verder lezen
Het volledige interview met Anita Terpstra lezen? Dit vind je in onze Frieslandspecial, nu te koop in de winkels en onze webshop. In deze nieuwe editie gaan we op tijdreis door Friesland, spreken we met burgemeester Sybrand Buma, proeven we échte Beerenburg in Sneek en volgen we de Elfdorpentocht. Dit – en nog veel meer – lees je nu in ons nieuwste nummer.
- Marleen Annema