Lifestylemagazine over Noord-Nederland

Is vogels bijvoeren het hele jaar door goed? Zo doe je het verantwoord

Veel mensen helpen vogels in de herfst en winter graag een handje met zaden, vetbollen of pinda’s. Maar tegelijk rijst vaak de vraag: is dat eigenlijk wel goed voor ze? En zo ja, op welke manier van voeren is verantwoord? En wat kun je ze het beste geven? Noorderland legt het je uit.

Vogels bijvoeren

Het hele jaar door bijvoeren

Het korte antwoord is: ja, je mag vogels bijvoeren – en dat kan en mag zelfs het hele jaar door. Vroeger werd vaak gedacht dat bijvoeren in de lente en zomer schadelijk zou zijn, omdat jonge vogels dan zouden leren "lui" te zijn of verkeerd voedsel binnen zouden krijgen. Onderzoek van Vogelbescherming Nederland laat echter zien dat dit een misvatting is: vogels blijven zelf actief voedsel zoeken en gebruiken bijgevoerd eten vaak als aanvulling. Wel is het belangrijk dat je het juiste voer geeft, passend bij het seizoen.

Herfst en winter: extra energie

In de koude maanden kunnen vogels alle hulp goed gebruiken. Hun natuurlijke voedselbronnen – insecten, bessen en zaden – worden in deze maanden schaarser, terwijl ze juist meer energie nodig hebben om warm te blijven. Daarom is vetrijk voedsel ideaal: vetbollen, pinda’s (let op, ongezouten en ongebrand), zonnebloempitten en speciaal vogelvoer. Ook stukjes appel of rozijnen vallen in de smaak, vooral bij merels en lijsters.

Lente en zomer: licht en gevarieerd

In het broedseizoen is het beter om geen vetrijk voedsel aan te bieden. Jonge vogels hebben behoefte aan eiwitten, en daar past vet niet bij. Gebruik bijvoorbeeld meelwormen, havermout of fijngemalen zaden. Ook fruit kan een welkome aanvulling zijn.

De juiste plek

Waar je het voer aanbiedt, maakt ook verschil. Hang vetbollen – zonder netje – en pindasnoeren hoog op, zodat katten er niet bij kunnen. Leg zaden en broodkruimels – volkoren en in kleine stukjes – op een voedertafel of op de grond, afhankelijk van welke vogels je wilt lokken. Denk eraan om regelmatig (oude) restjes weg te halen. Schone voederplaatsen zijn belangrijk om ziektes en ongedierte te voorkomen.

Meer dan voer alleen

Wie vogels echt wil helpen, doet meer dan alleen (bij)voeren. Een tuin met inheemse struiken, hagen en planten biedt voedsel en schuilplaatsen. Denk aan besdragende struiken, zoals vlier of meidoorn. Ook een waterschool voor drinken en badderen maakt je tuin aantrekkelijker.

Tot slot

Vogels bijvoeren mag dus, mits je het bewust en gevarieerd doet. In de herfst en winter help je ze een handje met calorierijk voer; in de lente en zomer bied je juist lichtere kost aan. Combineer dat met een vogelvriendelijke tuin en je geniet het hele jaar door van vrolijk gefladder, getjilp en gezang.

Huis en tuin