Wat is een spitkeet?
Een spitkeet was een primitieve woning, gebouwd door en voor de allerarmsten. De basis bestond vaak uit een uitgegraven kuil van ongeveer een halve meter diep, met aangestampte wanden als muren. Een houten geraamte werd bedekt met plaggen – afgestoken graszoden van heide of veen – die dienstdeden als dak. Soms groeiden deze plaggen aan elkaar, waardoor het dak een natuurlijke isolatielaag vormde. Maar bij zware regen of storm moest het vaak opnieuw worden gelegd. Binnen was het donker en vochtig, met enkel een open vuurtje voor warmte en en om op te koken. Een spitkeet werd daarom ook wel ‘holwoning’ genoemd: het was meer schuilplaats dan huis.
Wie woonden er in een spitkeet?
Het waren vooral veenarbeiders die in deze hutten hun toevlucht zochten. In de 19de eeuw trok de vraag naar turf duizenden arbeiders naar de Friese, Groningse en Drentse veengebieden. Omdat er nauwelijks betaalbare woningen waren, bouwden gezinnen zelf een spitkeet – soms in één nacht. Hele families leefden er samen, vaak met een geit of wat kippen erbij. Meubilair was schaars: een tafel, een stoel, een zak stro als bed. Een schoorsteen ontbrak vaak, waardoor rook zich in de hut ophoopte. Het was er koud, vochtig en ongezond. Ziektes als longontsteking en tuberculose waren aan de orde van de dag. Ondanks de armoede heerste er soms ook saamhorigheid, maar drankmisbruik en bedelarij waren evenzeer onderdeel van dit harde bestaan.
De Spitkeet: herinnering aan een vergeten leven
Wie vandaag de dag wil ervaren hoe het leven in een spitkeet was, kan terecht bij Openluchtmuseum De Spitkeet in Harkema. Hier is te zien hoe het wonen zich ontwikkelde van plaggenhutten en holwoningen naar eenvoudige stenen huisjes, de zogenaamde woudhuisjes. Je vindt er ook een armenhuis, een kippenhokwoning en een armenkerkhof. Met speurtochten voor kinderen, wandel- en fietsroutes in de omgeving en een sfeervol terras is het museum een levendige plek die geschiedenis tastbaar maakt.
De verhalen van vroegere bewoners komen hier tot leven in films en audiotours. Zo maak je kennis met Jelle Dam, die in een spitkeet opgroeide, en met Froukje Postma, die met haar gezin van acht personen in één kamertje van een armenhuis woonde. Hun verhalen laten zien hoe zwaar het bestaan was.