1. Ruinen – de poort naar het Dwingelderveld
Wie het Dwingelderveld wil beleven, kan eigenlijk niet om Ruinen heen. Dit charmante brinkdorp wordt vaak de "poort naar het Dwingelderveld" genoemd. Vanaf de gezellige dorpskern wandel of fiets je zo het grootste natte heidegebied van West-Europa in. In de herfst is het hier een feestje voor natuurliefhebbers: de heidevelden kleuren prachtig, reeën laten zich zien in de schemer en misschien hangen de mysterieuze witte wievn wel boven het veld – Drents voor mist. Het dorp zelf is heerlijk gemoedelijk, met oude boerderijen rond de brink en gastvrije horecagelegenheden waar je na een lange wandeling kunt neerstrijken.
2. Borger – de hoofdstad van de hunebedden
Borger wordt ook weleens de "hunebedhoofdstad van Nederland" genoemd, en niet zonder reden. Aan de rand van het dorp ligt het Hunebedcentrum, waar je alles leert over de mysterieuze bouwers van deze prehistorische stenen monumenten. Je kunt naast het centrum ook gelijk het grootste hunebed van Nederland bewonderen: D27. In de herfst krijgt een wandeling langs dit eeuwenoude bouwwerk en door de bossen van Borger een extra dimensie: mist die tussen de velden hangt, gekleurde herfstbladeren rondom de zwerfkeien en de stilte van het Drentse landschap. Na een wandeling kun je in het dorp neerstrijken bij een van de café's – tijd voor een borrel of warme chocolademelk!
3. Dwingeloo - sterren en stilte
Ook Dwingeloo ligt naast het uitgestrekte Nationaal Park Dwingelderveld. In de herfst zie je hier duizenden ganzen neerstrijken en wandel je langs paarsige heidevelden die langzaam overgaan in herfsttinten. Het dorp zelf heeft een schilderachtig karakter, compleet met oude boerderijen en de markante Sint-Nicolaaskerk (let eens op de uivormige torenspits). Volgend jaar staat Dwingeloo bovendien in de landelijke spotlights, want dan vindt hier The Passion plaats. Leuk dus om dit najaar alvast een voorproefje te nemen van de sfeer in dit typisch Drentse dorp.
4. Veenhuizen – van strafkolonie tot werelderfgoed
Ooit was Veenhuizen een straatarm dorp, onderdeel van de Koloniën van Weldadigheid, waar bedelaars en landlopers werden "heropgevoed". Nu is het Unesco Werelderfgoed en een plek vol intrigerende geschiedenis. In het Gevangenismuseum ontdek je verhalen van gedwongen arbeid, tucht en overleven. De statige panden met namen als ‘Zorg en Vlijt’ en ‘Orde en Tucht’ ademen nog altijd die geschiedenis. In de herfst, wanneer de lanen omzoomd zijn met goudgele bomen, krijgt het dorp haast een filmisch karakter. Bovendien vind je hier verrassend veel creativiteit: van ambachtelijke brouwerijen en makerijen tot kunstprojecten. Bezoek er bijvoorbeeld het pas geopende Zoet & Vintage, een winkel vol vintage woonaccessoires en kleding en ouderwetse lekkernijen, of ga naar bierbrouwerij Maallust en kaasmakerij Kaaslust voor een lekker lokaal hapje en drankje.