Fries vlaggetje
Een wolkje rook kringelt op uit de rookton – een stoere, zwartgeblakerde cilinder van staal aan boord. Binnenin hangen de vissen keurig in het gelid, hun zilveren huiden verkleuren langzaam goudbruin, terwijl onderin het hout smeult en de tijd zijn werk doet. De geur van zilt en vuur kruipt traag uit de ton omhoog. Aan dek staat Bas Oosterbaan (65), de Friese Palingroker, ferm in zijn zwarte koksbuis met een rode boerenzakdoek nonchalant om zijn hals geknoopt. Achter het roer: stuurman Ekke Atsma (72), met een baard als schuimkoppen op zee en weelderig zilverwit haar dat onder zijn handgemaakte schipperspet met Fries vlaggetje vandaan golft.
‘Van west naar oost’
Elke vrijdag en zaterdag vaart Bas, beter bekend als de Friese Palingroker, door Amsterdam om oesters, zelf gerookte paling, zalm en gans te verkopen. Vanmorgen zijn hij en Ekke al om zes uur uit Koudum vertrokken om het bootje, dat op de Kadoelenwerf in Amsterdam-Noord ligt, vaarklaar te maken.
‘Lust je een oorlam? Ik heb een hele oude Beerenburg, vijf jaar op hout gelagerd,’ zegt Oosterbaan, terwijl hij zich naar het vooronder begeeft om drie borrelglaasjes op te diepen. Nog geen meter heeft zijn scheepje gevaren of de eerste klant staat al op de kade. ‘Heeft u een broodje paling voor mij?’ vraagt een jongeman. Met een blik op zijn horloge: ‘En hoe lang denkt u dat het duurt?’ ‘Twee minuten,’ antwoordt Bas snel.
En inderdaad, vliegensvlug heeft hij het broodje klaar: ‘Is dat snel, of is dat snel?’ Dan zet de boot zich in beweging. Een lichte bries beroert de Friese vlag. Uit een verweerd boxje in het vooronder dwarrelt zwakjes pianomuziek. ‘Palingroker gaat van west naar oost,’ meldt Ekke door de ruisende marifoon, gevolgd door droge, schrille piepjes. ‘Dit is dus mijn leven,’ zegt Bas lachend.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F09%2FZhhu23JalA8yrd1756971959.jpg)
Een geboren Fries en een echte Hagenees
Met zijn boerenkiel en Ekke aan zijn zijde zou hij moeiteloos doorgaan voor een Fries, maar wie dichterbij komt, hoort het verschil tussen Ekkes trage, breed uitgesproken klinkers en Bas’ snelle, ongepolijste tongval. De een is een geboren Fries, de ander een echte Hagenees die al sinds jaar en dag in Koudum woont. ‘Ik zeg altijd dat hij een heropgevoede Hagenees in Friesland is,’ lacht Ekke.
‘Als je 25 jaar op dezelfde plek woont, mag je gerust zeggen dat je, zoals in mijn geval, een Fries bent,’ vult Bas aan. ‘Bovendien komen mijn voorouders allemaal uit Bolsward. Mijn overgrootvader woonde er omstreeks 1900. Maar omdat er in Friesland geen droog brood te verdienen viel, vertrok hij naar Rijswijk. Daar kwamen mijn vader en ik uit voort.’
Bas begon op zijn 16de als kelner en werkte zich op tot manager van verschillende hotels. In 1995 streek hij neer in Koudum om de scepter te zwaaien over hotel Galamadammen. ‘Een prachtig hotel op een supermooie plek aan het water. Daar heb ik vier jaar gewerkt, tot ik voor mezelf begon.’
Het bootje met de rookton had hij toen al. ‘Leuk voor het hotel, vond ik. In Friesland is het heel normaal om zelf paling te roken. Veel boeren doen het in een olievat. Door schade en schande heb ik het zelf geleerd, want soms gingen ze in de brand of waren ze niet te eten.’
Verder lezen
Het volledige verhaal over de Friese Palingroker lezen? Deze vind je in onze Frieslandspecial, nu te koop in de winkels en onze webshop. In deze nieuwe editie gaan we op tijdreis door Friesland, spreken we met burgemeester Sybrand Buma, proeven we échte Beerenburg in Sneek en nemen we een kijkje in museumdorp Allingawier. Dit – en nog veel meer – lees je nu in ons nieuwste nummer.
- Martina Ketelaar