1. Nederlanders zijn de grootste dropeters ter wereld
Het zal je niet verbazen: nergens wordt zoveel drop gegeten als in Nederland. Gemiddeld werkt een Nederlander zo’n twee kilo drop per jaar weg: dat komt neer op ruim 32 miljoen kilo in totaal. Daarmee zijn we niet alleen de grootste consumenten, maar ook de belangrijkste producenten binnen Europa.
2. Zoethoutwortel: het geheime ingrediënt
De kenmerkende smaak van drop komt van de zoethoutwortel. Deze plant levert glycyrrhizine, een natuurlijke zoetstof die tot wel 50 keer zoeter is dan suiker. Vroeger kauwden mensen gewoon op de wortel, als goedkope traktatie of zelfs als medicijn. Tegenwoordig wordt er van de wortel een extract gemaakt dat de basis vormt van vrijwel ieder dropje.
3. Zoute drop: een echte Nederlandse uitvinding
Veel toeristen kijken vreemd op van onze liefde voor zoute drop. Die smaak komt van salmiakzout (ammoniumchloride), een ingrediënt dat je buiten Nederland nauwelijks terugvindt in snoep. Voor dropliefhebbers een traktatie, voor wie die zoute smaak niet gewend is een uitdaging – maar misschien juist daarom zo typisch Nederlands.
4. Gezond én een beetje gevaarlijk
Van oudsher werd drop gezien als geneeskrachtig: het kan helpen tegen keelpijn, maagklachten en dorst. Zoethout zit zelfs nog steeds in sommige hoestdrankjes. Maar pas op: te veel drop kan je bloeddruk verhogen. Voor volwassenen geldt dat je ongeveer 120 gram per dag veilig kunt eten. Voor kinderen en zwangere vrouwen ligt die grens lager.
5. Een geschiedenis van duizenden jaren
De oude Egyptenaren gebruikten al drankjes van zoethout om hun keel te verzachten. In de middeleeuwen kookten Italianen de wortel in tot blokdrop en in de 18de eeuw maakte een Engelsman er voor het eerst echt snoep van door suiker toe te voegen. Nederlanders voegden er later Arabische gom aan toe, waardoor drop z'n zachte structuur kreeg.
- Klepper en Klepper, New Uni
- Adobe Stock