Voor de heide: een bosrijk Drenthe
De zandgronden van Drenthe worden al sinds de prehistorie bewoond: de hunebedden zijn daar stille getuigen van. In de bronstijd en ijzertijd werden de hogere zandgronden intensief gebruikt voor landbouw en er ontstonden dorpen. Het landschap bestond toen nog uit bossen, graslanden en akkers langs beekdalen. De dorpen lagen vaak op de overgang van hoog en laag, met een brink als centrale ontmoetingsplaats. Heidevelden waren er nauwelijks – die kwamen pas veel later.
Hoe de heide ontstond
Vanaf de late middeleeuwen veranderde Drenthe langzaam in het esdorpenlandschap dat we nu zo goed kennen. Bossen verdwenen omdat hout nodig was voor huizen en brandstof. Rond de essen ontstonden uitgestrekte heidevelden, vooral omdat de grond door overbegrazing en het gebruik van plaggen steeds armer werd.
Schapen graasden er dagelijks, begeleid door een herder. Hun mest, vermengd met heideplaggen, maakte de akkers weer vruchtbaar. Zo groeide de heide uit tot een onmisbaar onderdeel van het landbouwsysteem. Rond 1850 bestond maar liefst 65 procent van Drenthe uit heide: een onafzienbare, paarse zee waar dorpelingen en hun kuddes afhankelijk van waren.
Behoud van de heide
Met de komst van kunstmest in de 20ste eeuw veranderde alles. Schapenmest was niet langer nodig, kuddes verdwenen en grote delen van de heide werden ontgonnen tot akkers, grasland en bos. Daarmee dreigde de heide uit Drenthe te verdwijnen.
Natuurbeschermers kwamen in actie: zo pleitte Jac. P. Thijsse rond 1930 voor behoud van het Dwingelderveld. Met steun van organisaties en de provincie werd dit gebied aangekocht, en inmiddels is het een nationaal park en een trekpleister voor natuurliefhebbers. Ook andere plekken, zoals het Hijkerveld met zijn eeuwenoude raatakkers, worden door organisaties als Het Drentse Landschap beheerd en beschermd.
Heide en Drenthe: voor altijd verbonden
Heide is een halfnatuurlijk landschap: zonder beheer verandert het langzaam in bos. Daarom zorgen herders met hun kuddes, maar ook het maaien, plaggen en branden van het landschap, ervoor dat de heide open blijft. Zo kunnen zeldzame dieren als de adder en de levendbarende hagedis, en planten als dophei en zonnedauw, er blijven floreren.
Het beeld van de paarse velden met een kudde schapen is inmiddels hét icoon van Drenthe. Een landschap dat ooit door mensenhanden ontstond, maar dat vandaag de dag gekoesterd wordt als een van de mooiste gezichten van de provincie.