Zwevende meesters van de heide
Met hun indrukwekkende spanwijdte van ruim anderhalve meter en elegante zweefvluchten trekken slangenarenden meteen de aandacht. Deze roofvogels, normaal thuis in het oosten en zuiden van Europa, maken de laatste jaren geregeld een omweg naar Nederland. In het Dwingelderveld cirkelen nu drie jonge exemplaren rond, allemaal zo’n twee jaar oud. Ze zijn nog te jong om te broeden, maar hun nieuwsgierigheid en speelse baltsvluchten maken hen minstens zo boeiend om te observeren.
De vogels zijn te herkennen aan hun lichte onderzijde, gebandeerde staart en vooral de karakteristieke "bivakmuts": een donkere kap op de kop die bij jonge dieren nog niet volledig doorloopt. Dit maakt het voor kenners eenvoudig om hun leeftijd te schatten.
Een menu vol reptielen
De naam zegt het al: slangenarenden hebben een uitgesproken voorliefde voor slangen, die zo’n 70 procent van hun dieet uitmaken. Toch zijn ze niet heel kieskeurig. In het Dwingelderveld laten ze zich ook verleiden door kikkers, hagedissen en zelfs kleine zoogdieren. Af en toe gaat er een mol of muis door de snavel, maar reptielen blijven hun favoriet. Hun jachttechniek is indrukwekkend: hoog in de lucht speuren ze de grond af, om vervolgens razendsnel naar beneden te duiken zodra ze hun prooi hebben gespot.
Tijdelijke gasten?
Naast de Drentse heide cirkelen er ook drie slangenarenden boven het Fochteloërveen. Net als hun soortgenoten in het Dwingelderveld lijken ze zich prima thuis te voelen. Jaar na jaar keren ze terug, wat de hoop voedt dat ze op termijn misschien wel in Nederland gaan broeden. Dat zou een primeur zijn, want tot nu toe is hier nog nooit een broedgeval vastgesteld.
Voor nu zijn het vooral bezoekers die in de zomer kleur geven aan het landschap. Hun sierlijke vluchten boven de heide en het veen laten zien hoe rijk de natuur kan zijn – en bieden vogelliefhebbers een goede reden om de verrekijker paraat te houden!
- RTV Drenthe, Vogelbescherming
- Adobe Stock