Lifestylemagazine over Noord-Nederland

Op vakantie in Drenthe? Met deze uitspraken kom je er prima uit de voeten

Op vakantie in Drenthe? Dan is het handig om niet alleen je fietssleutel en wandelschoenen bij de hand te hebben, maar ook een paar typisch Drentse uitspraken. Want tussen de hunebedden en pittoreske brinkdorpen spreken ze graag hun eigen taal – nuchter en vol charme.

Drenthe

1. Ik bid nie veur bruune bonen

Een klassieker om mee af te trappen: deze wereldberoemde zin komt uit de mond van Bartje, hét symbool van Drenthe. Geen zin in wat er op tafel staat? Dan zeg je stellig: ik bid nie veur bruune bonen. Nog steeds het ultieme protest tegen een saaie maal.

2. Ik ben zat

Na een flinke uitsmijter op het terras of een tweede stuk appeltaart hoef je maar te zeggen: ik ben zat. Daarmee bedoel je niet dat je te diep in het glas hebt gekeken, maar gewoon dat je vol zit.

3. An gort

Gaat het niet helemaal soepel met het achteruit manoeuvreren van de caravan? En kraakt er iets dat eigenlijk niet had moeten kraken? Dan is-ie an gort: goed kapot. Hopelijk alleen het achterlicht, niet de hele vakantie.

4. ’t Kun minder

Vraagt een Drent hoe het met je gaat? Dan is de meest tevreden reactie die je kunt geven: 't kun minder. Gaat het nóg beter? Dan zeg je: 't kun stuk minder.

5. Hier kom ik weg

Vraagt iemand waar je vandaan komt? Dan zeg je niet 'ik kom uit Appelscha', maar: hier kom ik weg. Net als: waar heb je dat weg? – als iemand wil weten waar je die lekkere Drentse droge worst vandaan hebt.

6. Moe’j heuien?

Kijk je een beetje zuur omdat de rij bij de ijsboer zo lang is? Grote kans dat je buurman in de rij vraagt: moe’j heuien? Oftewel: heb je haast? Een klassieke Drentse manier om te zeggen: 'doe maar rustig aan, het is vakantie.'

7. ’t Zit mie dwars veur de hals

Als een Drent dit zegt tijdens het eten, weet je genoeg. ’t Zit mie dwars veur de hals betekent dat het gerecht niet bepaald een hit is. Oftewel: ik krijg het met geen mogelijkheid naar binnen. Iets met bruine bonen, misschien?

Cultuur