Lifestylemagazine over Noord-Nederland

Een huisje vol verhalen: ’t Hoeske van Thais Joaptje in Rottum

In het Groningse Rottum staat een piepklein huisje dat je bijna over het hoofd zou zien – ware het niet dat het zo’n bijzonder verhaal vertelt. ’t Hoeske van Thais Joaptje laat zien hoe mensen met weinig middelen tóch een plek vonden om te wonen, leven en geloven. En hoe een vergeten huisje een monument van eenvoud en veerkracht werd.

Thais Joaptje

Van kloosterstenen tot armenhuisje

Lang voordat het huisje werd gebouwd, stond Rottum bekend om zijn machtige klooster. Op de wierde verrezen in de 13de eeuw de gebouwen van het Juliana-klooster, dat uitgroeide tot een imposant complex met honderden monniken en nonnen, uitgestrekte landerijen en zelfs bezit tot op Rottumeroog. Maar tijden veranderden. Na oorlog, armoede en afname van religieuze macht werd het klooster aan het einde van de 16de eeuw grotendeels verwoest. De kloostermoppen bleven bewaard, en juist die stenen vormden later de basis van iets heel anders: een eenvoudige diaconiewoning op de hoek van de begraafplaats, ’t Hoeske van Thais Joaptje.

Een onderkomen voor wie nergens terecht kon

Het huisje werd vermoedelijk gebouwd in de 17de of 18de eeuw en was eigendom van de diaconie: de kerkelijke armenzorg. Wie buiten zijn schuld geen woning had, kon er tijdelijk terecht. Het eenkamerhuisje bood ruimte aan pasgetrouwde stellen, weduwen of gezinnen die op het randje van armoede leefden. Eén van hen was Jacobje Dijkhuis, die er van 1926 tot 1944 woonde met haar dochter Jacoba. Als weduwe van Ties (Thais) Knol werd ze in het dorp liefkozend Thais Joaptje genoemd. Haar geloof en eenvoudige leven inspireerden de Groninger schrijver Jan Boer tot het kerstverhaal Ol Joaptje, waardoor het huisje nu haar naam draagt.

Een kijkje in ’t Hoeske van Thais Joaptje. Foto: Stella Dekker Fotografie via Marketing Groningen

Een leven zonder luxe

’t Hoeske kende geen douche of toilet. Er werd gekookt op een kachel, gewassen in een teil en de wc bevond zich buiten. Toch werd er geleefd – en zelfs een kindje geboren. In 1953 was Coba van der Wal er de laatste bewoonster. Zij en haar man hadden nauwelijks geld, maar waren blij met een dak boven hun hoofd. Pas toen het huisje echt onbewoonbaar werd verklaard, verhuisden zij naar een woning aan de overkant van de straat.

Bijna gesloopt, nu beschermd

Na het vertrek van de laatste bewoners raakte het huisje in verval. Een periode als kraakpand en ruimte voor geloofsonderwijs volgde, totdat sloop dreigde. Dankzij lokale inzet en hernieuwde waardering voor het verhaal van Thais Joaptje, werd het huisje in de jaren 90 gerestaureerd. Sindsdien is het te bezoeken als klein museum, ingericht alsof de tijd er heeft stilgestaan. Het geeft een beeld van hoe mensen met weinig middelen rond 1835 leefden. In de tuin staat een borstbeeld van Jan Boer, als eerbetoon aan het verhaal over het Hoeske.

Cultuur
  • De Verhalen van Groningen, RTV Noord, Visit Groningen
  • Stella Dekker Fotografie via Marketing Groningen