Zoektocht naar een schuwe gast
Als er één vogel is waarvoor het de moeite waard is om even omhoog te kijken, dan is het de wespendief. Deze bijzondere roofvogel uit de familie van de havikachtigen is een echte seizoensbezoeker: alleen in de zomer verblijft hij in ons land om te broeden of op doorreis te gaan. Hij broedt vooral in de bosrijke gebieden van Oost- en Midden-Nederland, maar tijdens de trek kun je hem overal tegenkomen; van de kust tot het platteland.
Rond juli en augustus stijgt de kans op een ontmoeting: dan trekken wespendieven over Nederland richting Afrika. Ze zijn dan net iets minder stil en laten een kenmerkende fluitroep horen – een ijl, klaaglijk geluid dat niets weg heeft van het "miauwen" van een buizerd.
Goudgele ogen en een voorkeur voor wespen
De wespendief ziet eruit als een buizerd, maar is slanker, met een kleinere kop, drie duidelijke banden op de staart en lange, vlakke vleugels. Zijn ogen zijn opvallend geel. Het is een ware specialist: hij leeft vrijwel uitsluitend van bijen- en wespenlarven. Van een afstandje volgt hij vliegende wespen tot aan het nest, dat hij vervolgens met zijn poten uitgraaft: soms tot wel 40 centimeter diep. Zijn poten en gezicht zijn speciaal beschermd tegen steken.
Een spectaculair gezicht: zo’n vogel met een honingraat in de klauwen, onderweg naar zijn eigen nest. Ook kleine knaagdieren of een verdwaalde kikker staan soms op het menu, maar insecten zijn favoriet. Omdat zijn voedsel in de winter onvindbaar is, brengt de wespendief die maanden in Afrika door.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F07%2Fr2hKSgR3UsIyCn1752479354.jpg)
Hoe hij leeft
In mei keert de wespendief terug in zijn broedgebied, waar het mannetje indruk maakt met een sierlijke baltsvlucht. Daarbij klapt hij luid met zijn vleugels boven zijn lichaam, alsof hij even stilvalt in de lucht. Het nest bouwen het mannetje en vrouwtje samen, hoog in een boom, vaak aan de rand van een bos. De jongen worden na het uitkomen nog wekenlang gevoerd, terwijl de ouders intussen al nadenken over hun vertrek.
Eind augustus begint de grote trek naar het zuiden. Tot die tijd kun je ze zien – en vooral horen. Misschien hoor je in het bos die eindeloze, mechanische "tuk-tuk-tuk" van een hongerige jonge wespendief. Of zie je een ouder met een honingraat naar het nest vliegen. In elk geval is nu het moment om naar deze bijzondere zomergast op zoek te gaan.
- Vogelbescherming, Natuurpunt
- Adobe Stock