Lifestylemagazine over Noord-Nederland

5 dingen die je nog niet wist over de adder

De adder is misschien wel het meest mysterieuze dier van onze heidevelden: schuw, stil en je ziet 'm zelden. Maar wat weet jij eigenlijk over deze enige gifslang van Nederland? Ontdek hieronder vijf opvallende feiten over de adder – wedden dat je daarna met andere ogen naar dit bijzondere reptiel kijkt?

Adder

1. Het zijn echte zonneaanbidders

Adders zijn koudbloedige dieren. Dat betekent dat ze hun lichaamstemperatuur niet zelf kunnen regelen zoals wij dat kunnen. Ze zijn afhankelijk van de zon om hun lichaam op te warmen. Door te zonnen stijgt hun lichaamstemperatuur tot zo'n 30 tot 33 graden – precies genoeg om te kunnen bewegen, jagen of verteren. Zonnen is dus niet alleen een vorm van luieren, maar een absolute noodzaak om te kunnen functioneren.

2. Ze eten maandenlang niet

Na de winterslaap eten mannetjes vaak wekenlang niets, terwijl hun sperma rijpt en ze zich voorbereiden op de voorplanting. Vrouwtjes gaan zelfs nog een stap verder: zij eten pas weer als hun jongen geboren zijn. Soms betekent dit dat ze bijna een jaar zonder voedsel leven. Pas na een lange winterslaap en een zomer met voldoende eten kunnen vrouwtjes zich het jaar erop weer voortplanten.

2. Ze bijten zelden

Het is een grote misvatting dat adders enge en gevaarlijke gifslangen zijn, want adders zijn bijna nooit agressief. In tegenstelling tot ratelslangen en cobra’s duiken ze bij het minste of geringste diep weg in hun schuilplaats. Je moet letterlijk boven op ze gaan staan of zitten of ze écht in het nauw drijven, willen ze gaan bijten. En zelfs dan kiezen ze er vaak voor om geen gif te gebruiken – een zogenaamde "droge beet". Dat gif zetten ze liever in tijdens hun jacht op voedsel.

4. Ze leggen grotere afstanden af dan gedacht

Hoewel adders vaak stil liggen te zonnen, kunnen ze, voor hun doen, flinke afstanden afleggen. Vooral mannetjes zijn in het voorjaar verrassend mobiel: tijdens de balts leggen ze soms 200 meter per dag af, op zoek naar een partner. Vrouwtjes daarentegen blijven tijdens de dracht liever op één plek en bewegen slechts enkele meters per dag. Over een heel jaar beslaat het leefgebied van adders gemiddeld 1 tot 5 hectare.

5. Maar weinig adders overleven het

Van buizerds tot bunzings, van egels tot blauwe reigers: bijna elk roofdier lust wel een smakelijk addertje. Vooral jonge slangen zijn kwetsbaar: slechts 10 procent bereikt uiteindelijk een volwassen leeftijd. Deze enorme predatiedruk verklaart waarom adders zo schuw zijn. Bij het minste onraad verdwijnen ze diep onder struiken of stenen, vaak voor dagenlang.

Natuur
  • Kees Boele - Natuurpresentaties
  • Adobe Stock